Zoeken |
Meest recente overige artikelenRuga Ruga en andere mysteries van de Eerste Wereldoorlog in AfrikaJeannick Vangansbeke
Sinds einde 2004 heb ik mij gestort op de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog in Afrika. Het trof mij namelijk dat het huidige miljoenen slachtoffers eisende conflict in het grote Meren gebied zelden of nooit in een lange termijn perspectief geanalyseerd wordt. Toch botsten Congo en Rwanda al op het einde van de 19de eeuw. De dominerende Britse geschiedschrijving doet ondertussen meer recht aan de rol van Portugezen, naast die van de Britten, dankzij Edward Paice, maar de rol van Belgen en Afrikanen wordt hierin nog altijd verwaarloosd. Zijn Tip & Run: Untold Tragedy of the Great War is schitterend geschreven, op dat vlak blijven de Britten onovertroffen. Keizer Wilhelm II en “De Hunnenrede van Bremerhafen (1900)”Door; J.H.J.Andriessen
Tussen 1899 en 1900 brak er in China een volksopstand uit als gevolg van de toenemende sociaaleconomische ontwrichting en armoede, met name onder de boerenbevolking. De sociale onrust in het land werd aangewakkerd door een reeds sinds 1727 bestaand geheim religieus genootschap met de welluidende nam ‘vuisten van gerechtigheid en harmonie’, in het westen bekend als ‘Boxers’. Dit genootschap praktiseerde een mengeling van Confuciaanse. Taoïstische en Boedistische geloofsvormen, beoefende zwaard en lansgevechten en geloofde ondermeer in de eigen onkwetsbaarheid tegen kogels, De beweging, die afkerig was van vooruitgang en verandering, stond bekend om zijn haat tegen vreemdelingen en Christenen en liet niets na die haat ook onder de arme boerenbevolking, vooral in Noord China, aan te wakkeren.. Oorlogsgeschiedenis op internetDoor: ir.E.Wils
In het Britse geschiedenis tijdschrift History Today stond in het nummer van mei 2010 een artikel over een nieuwe website over de Tweede Wereldoorlog, www.WW2History.com. De website is gemaakt onder supervisie van Laurence Rees, bekend van zijn documentaires op de BBC en de boeken Behind closed doors en Auschwitz. Het oogt als een mooie website met teksten, video’s en geluidfragmenten. Er is overduidelijk veel tijd en energie ingestoken. De website illustreert dat internet als medium mogelijkheden heeft die boeken en films niet hebben. Maar voor de toegang tot het meeste materiaal moet betaald worden. Ergens moet het geld vandaan komen om de staf te betalen die de website onderhoudt. Of dat een succes wordt zal moeten blijken, het gaat in ieder geval in tegen de mantra dat niemand voor informatie op internet wil betalen. Maar als de website wel een succes wordt, dan kan het een trendsetter worden en zal er wellicht een vergelijkbare website opgezet worden over de Eerste Wereldoorlog. Nederlandse cocaïne aan het oorlogsfrontDoor ir. Eric R.J. Wils
Bij de uitgeverij Nieuw Amsterdam verscheen najaar 2009 de roman De Handelsreiziger van de Nederlandsche Cocaïne Fabriek van de schrijfster Conny Braam (416 pagina’s; € 19,90; ISBN: 978-90-468-0675-3). Zoals de titel van het boek al aangeeft is de hoofdpersoon een jonge ambitieuze Nederlandse handelsreiziger. Hij wil zoveel mogelijk cocaïne aan buitenlandse klanten verkopen tijdens de Eerste Wereldoorlog en in de jaren vlak na die oorlog. Wat ze er mee doen is zijn zorg niet. Het gebruik van cocaïne was voor en tijdens de oorlog overigens niet verboden en werd o.a. door artsen naast morfine toegepast als verdovingsmiddel. Het is een ingenieursoorlogChemie in militaire dienst in Nederland 1914-1925 Dr. Wim Klinkert Nederlandse Defensie Academie, Breda
InleidingSinds de uitvinding van het buskruit zijn chemie en oorlogvoering nauw met elkaar verbonden. De Eerste Wereldoorlog voegde hier nog een dimensie aan toe, die van de chemische wapens en de bescherming daartegen. Deze bijdrage gaat in op de Nederlandse chemische oorlogsproductie in en kort na de Eerste Wereldoorlog. Nederland was toen teruggeworpen op zichzelf, het ontbeerde veel van de grondstoffen die noodzakelijk waren voor chemische productie en het zag zich voor ingewikkelde (chemische) uitdagingen geplaatst, die voor de inzet van de krijgsmacht essentieel waren. Een analyse van de Nederlandse inspanningen om rookzwak kruit, strijdgas, vlammenwerpers, nevels en gasmaskers te produceren vormt een bijdrage tot beantwoording van de vraag in welke mate Nederland in 1914-1918 dezelfde ervaringen doormaakte als de belligerenten. Maartje Abbenhuis maakt in haar proefschrift[2] duidelijk dat de defensieorganisatie in Nederland zich in deze periode ook op maatschappelijke en economisch gebied moest gaan bewegen. Zij heeft hiermee de veelzijdigheid van de militaire activiteiten aangetoond. Ik zou het debat nog willen aanscherpen door het begrip uit het internationale historische debat total mobilization[3] toe te passen op de Nederlandse neutraliteitservaring. Dit begrip is een afgeleide van het in de internationale historiografie ruimer toegepaste begrip total war.Juist een land dat zo ingeklemd lag tussen de oorlogvoerenden moest, om zijn neutraliteit te handhaven, veel van dezelfde ingrijpende maatregelen nemen of processen ervaren, die de buurstaten doormaakten om de oorlog te voeren. De mobilisatie had dus een veel totaler karakter dan alleen het op oorlogssterkte brengen van de krijgsmacht. Vanzelfsprekend had het gebrek aan daadwerkelijke oorlogservaring op de Nederlandse situatie een dempende werking. Echter, in wezen waren veel ervaringen gelijk en kwamen ze voort uit de reële mogelijkheid betrokken te raken in het conflict. Hierbij valt in algemene zin te denken aan de inzet van grote delen van de bevolking in het leger - en aan ideeen om die nog verder te vergroten - , inperking van allerlei vrijheden, het ingrijpen van de overheid in het economisch leven en de honorering van wensen van de militaire organisatie. Meer in detail op militair gebied gaat het dan om de modernisering van de krijgsmacht op technisch, tactisch en organisatorisch gebied. |