Meest recente artikelen over politiek

De eerste Marokkocrises (1905). De Marokko-politiek van de Duitse keizer

Door J.H.J.Andriessen


In de literatuur over de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog wordt Duitsland nogal eens verweten een agressieve buitenlandse politiek te hebben gevoerd. Dat begon al tijdens de eerste Marokkocrises waarvan Duitsland de ‘zwarte Piet’ kreeg toe geschoven.

Ook hier echter is weer sprake van regelrechte geschiedvervalsing, verdraaiing der feiten en een onjuiste voorstelling van zaken. Van agressie van de kant van Duitsland is geen sprake geweest. Integendeel, men kan eerder stellen dat zowel Frankrijk maar vooral Engeland hier een agressieve houding heeft aangenomen maar zeker niet Duitsland.


De eindfase van de Eerste Wereldoorlog.

Door: J.H.J.Andriessen

 

HET BEGIN VAN HET EINDE

Het was begin 1918 en de oorlog stokte op alle fronten met uitzondering van het “Oostfront” waar de Russische revolutie in feite een eind had gemaakt aan de vijandelijkheden tussen Rusland en Duitsland en beide landen onderhandelden over een vredesverdrag.

In het westen waren de geallieerden aan het eind van hun krachten gekomen en vermeden elke grote slag, wachtend op het moment dat de Amerikanen, die inmiddels aan de oorlog waren gaan deelnemen, op voldoende sterkte zouden zijn om de strijd een positieve wending te doen geven.

De oorlog zou, zo verwachtte men, zeker nog tot diep in 1919 voortduren en de situatie was nog steeds niet in het voordeel van de geallieerden beslist, integendeel.


Lezing van de heer J.H.J. Andriessen tijdens de bijeenkomst van de WFA op 22 januari 2011.

Lezing gehouden tijdens WFA bijeenkomst te Utrecht in januari 2011 door J.H.J.Andriesssen, voorzitter Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog.

De invloed van de Russische algemene mobilisatie op het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog:


De organisatie van Frankrijk’s buitenlandse politiek 1870-1914.

Door: J.H.J.Andriessen.

(Artikel genomen uit  “De andere Waarheid, Een andere visie op het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog”.(3e druk, 2007, Isbn: 90-5911—499-x)

 

De vrees van de tsaar, dat het Frans-Russische geheime militaire verdrag van 1894, al snel ‘op straat’ zou komen te liggen was niet geheel onbegrijpe­lijk, maar toch had hij zich daarover geen zorgen behoeven te maken.

Sinds de oorlog van 1870 was geheimhouding op het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken een welhaast obses­sieve zaak geworden  De ambtenaar Paléolo­gue, die het grootste deel van z’n carrière op het ministerie werkte, placht te zeggen: ‘alle stukken welke niet zijn gepu­bliceerd zijn geheim’.  De minister van Buitenlandse Zaken werd bovendien behoorlijk afge­schermd. Zo voorzag de constitutie in een beperking van het recht van parlementsleden op het stellen van vragen aan de minis­ter.


Het Duits-Russische (Björko)-verdrag 1905.

Door: J.H.J.Andriessen

 

We schrijven eind 1905 en het keizerlijke jacht Hohenzollern stoomde op naar de Finse Golf en ankerde te Björko in de nabijheid van het jacht de ‘Standard’ van de Russische tsaar. Aan boord de beide monarchen die elkaar over en weer een bezoek brachten.

Ook over deze bijeenkomst tussen Wilhelm en de tsaar is weer een mythe ontstaan waarbij vooral de rapportage van dit gesprek door de keizer aan zijn kanselier von Bülow onderhevig is geweest aan zware kritiek.