Reactie op kritiek SSEW op Studiegids

De redactie van de Studiegids, uitgave ThiemenMeulenhoff, bij monde van de heer van Oudheusden, is zo vriendelijk geweest te reageren op onze kritiek op deze Studiegids met het verzoek zijn reactie op onze website te publiceren.

  

Uiteraard geven wij gaarne gehoor aan dit verzoek waarbij wij meteen ook weer de antwoorden van de SSEW hebben bijgevoegd.

Helaas blijkt uit de reactie van de Studiegidsredactie dat zij er niet in geslaagd is onze kritiek te weerleggen. Wij stellen vast dat men in kringen van de samenstellers van stofomschrijving, Studiegids en overige examenkaternen, zich geheel conformeert aan zoals zij dat noemen „algemeen geaccepteerde’ maar in onze optiek vaak verouderde standpunten en dat men kennelijk niet open staat voor nieuwe inzichten op dit terrein. Ook ontbreekt kennelijk evaluatie van het beschikbare bronnenmateriaal waardoor er in het geschiedenisonderwijs niet alleen gebruik moet worden gemaakt van steeds herhaalde interpretaties en veelal verouderde inzichten maar ook van onjuiste informatie. Dat is daarom zo spijtig omdat daardoor tienduizenden jongeren een vertekend en/of niet geheel correct beeld krijgen van de ontstaansgeschiedenis van de Eerste Wereldoorlog en de rol die daarbij door de deelnemende landen werd gespeeld.

Stichting Studiecentrum

Eerste Wereldoorlog

J.H.J. Andriessen

Voorzitter.

Deel 1 van de reactie van de heer van Oudheusden met onze beantwoording:

Geachte heer van Oudheusden,

Dank voor uw reactie op de kritiek die onze Stichting heeft geuit op de inhoud van de door u verzorgde ‘studiegids’.

Ik zal uw repliek in twee delen splitsen. Het eerste deel beschouw ik namelijk als een reactie cq kritiek op mijn boek ‘De andere Waarheid’ terwijl het tweede deel inhoudelijk ingaat op de door de stichting geuitte kritiek en dus zakelijk behandelbaar is.

Ik neem me voor uw reactie op mijn boek van een persoonlijk antwoord te voorzien en het tweede deel als repliek van de redactie van de Studiegids, op onze site, samen met ons antwoord daarop, te publiceren.

Allereerst dus het persoonlijke deel;

Uw Algemene opmerkingen:

1) De Studiegids van ThiemeMeulenhoff is, evenals de examenuitgaven van NijghVersluys, Malmberg en Wolters-Noordhoff, gebaseerd op de tekst van de stofomschrijving van Cevo, d.d. 20 maart 2006. Die tekst heeft officiële status, en is bedoeld als basis voor leerbare en bevraagbare examenstof waar de havo- en vwo-kandidaten mee uit de voeten kunnen. Net zo min als examenmakers mogen katernschrijvers zich afzetten tegen de tekst van de stofomschrijving, ook al is er vanzelfsprekend intern kritiek op mogelijk, zoals haast jaarlijks blijkt.

Antwoord:

Ik neem dat onmiddellijk aan.maar die interne kritiek heeft dan toch kennelijk niet echt geholpen.

2) U stelt:Het is jammer dat de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog (SSEW) eerst thans op haar website een kritisch betoog wijdt aan deze stofomschrijving, dus op een tijdstip waarop katernschrijvers en examenmakers hun producten voor het examen 2008/2009 al lang klaar hebben. Indien de SSEW eerder de klok had geluid, had men zijn voordeel daarmee kunnen doen.

Antwoord:

Dat is inderdaad jammer maar ons werd de tekst van ‘de Studiegids’ niet toegezonden en wij konden daar dus ook niet op reageren en dus ook de ‘klok niet luiden’. Wellicht dat de redactie van de Gids een volgende keer de tekst wel aan ons ter lezing zal willen toezenden. Had men dat gedaan, dan zou deze discussie niet noodzakelijk zijn geweest. Uw verwijt is dus ongegrond.

3) U stelt: Dat de klepel nog zoek is, blijkt uit de term ‘Oefenstof’ die de heer Andriessen (SSEW) bezigt voor het officiële Cevo-document. De geachte auteur van De andere Waarheid is overigens (terecht) trots dat zijn boek in de boekenlijst van de stofomschrijving is opgenomen.

Antwoord:

Voor zover ik kan nagaan is er in de kritiek van de stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog nergens gesteld dat de heer Andriessen ‘trots’ zou zijn op het feit dat zijn boek ‘De andere Waarheid’ in de boekenlijst van de stofomschrijving is opgenomen. Zoals wellicht bekend is er nogal wat kritiek op die boekenlijst geuit.

4) U stelt: Overigens: het zou vreemd zijn indien de aan de Studiegids gerichte detailkritiek niet ook op de andere drie gidsen van toepassing zal zijn; ik heb deze examenkaternen niet uitgeplozen op foutjes, zoals mijn geachte opponent met de Studiegids heeft gedaan.

Antwoord:

Dat zou inderdaad vreemd zijn maar het is u kennelijk ontgaan dat de Stichting op haar website ook commentaar heeft geleverd op de drie andere gidsen. Het ging hier ook niet om ‘foutjes’ maar in de meeste gevallen om onjuistheden en die horen m.i niet thuis in examenstof, zeker niet als die gecomponeerd wordt door officiële instanties.

5) U stelt: Voor zijn detailkritiek op de Studiegids baseert de heer Andriessen zich logischerwijs op zijn onlangs in derde druk verschenen, zeer gedetailleerde studie De andere Waarheid. Een andere visie op het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog.

Antwoord:

Dat is een onjuiste veronderstelling. De kritiek van de SSEW is niet gebaseerd op het boek ‘De andere Waarheid’ al komt de visie van de auteur daarin logischerwijs eveneens tot uiting. Het lijkt er op dat uw repliek op de kritiek van de Stichting zich nu gaat richten op een discussie over het boek ‘De andere Waarheid’. Daar is niets op tegen maar die discussie had dan al veel eerder plaats moeten hebben want de eerste druk van dit boek verscheen reeds in 1998. Nu, na 9 jaar en bij de derde druk, lijkt dat toch een beetje laat.

6) U stelt: Tweemaal het woord ‘andere’ in die titel geeft al aan dat de auteur zich afzet tegen geijkte, algemeen geaccepteerde interpretaties omtrent het ontstaan van de oorlog. Hij propageert een alternatieve zienswijze.

Antwoord;

Ik ben er, in tegenstelling tot U niet zo zeker van dat het hier over ‘algemeen geaccepteerde interpretaties’ gaat en ik zou mijn boek ook niet willen zien als propaganda voor een ‘alernatieve’zienswijze.

7) U stelt: Dat is alleszins verdedigbaar en lofwaardig, want zo draagt hij bij aan de discussie onder vakgenoten. Geschiedenis is een discussie zonder einde. De auteur verzet zich tegen het in zijn ogen eenzijdige, door Angelsaksische historici gevormde beeld als zou Duitsland hoofdschuldige zijn aan de catastrofe.

Antwoord

De discussie gaat nu dus kennelijk inderdaad niet meer over de kritiek van de SSEW op de Studiegids maar over het boek ‘De andere Waarheid’ van de heer Andriessen.

Nogmaals, geen enkel probleem maar het zou toch over de ‘Studiegids’en de kritiek van de SSEW op die studiegids gaan? In onze kritiek zijn wij toch ook niet ingegaan op uw boek ‘De Eerste Wereldoorlog in een notendop’waarover natuurlijk ook wel het een en ander op te merken valt.

8) U stelt: De heer Andriessen constateert ‘een verbijsterende tendens om de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog nog steeds uitsluitend te zien door Angelsaksische bril, waarbij men impliciet accepteert dat de Britse koloniale expansie en de Britse perceptie van de oorlog en de Britse rechten en eisen in de natuurlijke orde van zaken liggen terwijl men tegelijkertijd Duitse protesten daartegen en de Duitse wens tot economische uitbreiding automatisch beschouwt als bewuste provocaties en kwade wil’

Antwoord.

 Inderdaad

9) U stelt: Dat wij historici zo naïef pro-Brits zijn, betwijfel ik ten zeerste. Wij beseffen uiteraard terdege dat de kwestie veel gecompliceerder lag. De Fransen, de Russen, de Serviërs en de Britten wasten geen van allen hun handen in onschuld, net zo min als de Duitsers en Oostenrijkers.

Antwoord:

Dat blijkt helaas toch niet uit de literatuur, inclusief uw ‘notendop’, die door ‘wij historici’ in veel gevallen geproduceerd wordt. Overigens werd het begrip ‘pro-Brits’ noch het woord ‘naïef’ in de kritiek van de SSEW op de ‘Studiegids’ opgenomen.

10) U stelt: Wie als lezer zijn tanden zet in De andere Waarheid en doorbijt in deze taaie problematiek, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het gaat om een sterk polemisch werk, dat vooral focust op de agressieve bedoelingen en streken van politici in landen als Rusland en Frankrijk. Dat mag natuurlijk, en de met omhaal van woorden te berde gebrachte conclusies zijn alleszins behartigenswaardig.

Antwoord:

Het is natuurlijk prettig dat U zo positief over ‘De andere Waarheid’ schrijft en dat de te berde gebrachte conclusies ‘alleszins behartigenswaardig’ worden geacht- en het is natuurlijk verleidelijk om daarop te reageren maar nogmaals, er is alle tijd geweest om op de inhoud van ‘De andere Waarheid’ te reageren (de eerste druk verscheen reeds in 1998) Om daar dan nu pas mee te komen lijkt toch wat op de spreekwoordelijke ‘mosterd na de maaltijd’ en heeft m.i weinig te maken met de zaak waar het hier om gaat, n.l uw repliek op de kritiek die de Stichting heeft op de inhoud van de Studiegids.

11) U stelt:Maar zolang zijn ‘Andere visie’ nog geen gemeengoed is geworden, kan de auteur moeilijk verwachten dat stofomschrijvers, katernschrijvers en examenmakers zich daarop baseren.

Antwoord:

Ach ja, die ‘Andere Waarheid’ toch! Moet toch wel een zeer interessant boek zijn!

Wellicht is het toch meer ‘gemeengoed’ dan U vermoedt. Op zijn minst had uw redactie er toch wel rekening mee kunnen houden. Het lijkt er echter ‘n beetje op dat men nogal schrikachtig is geweest om kennis te nemen van ‘andere visies’. Onbekend maakt onbemind maar was het niet veel juister geweest om de in ‘De andere Waarheid’ geponeerde stellingen met kracht van argumenten te bestrijden in plaats van nu, na bijna negen jaar, met wat algemene en badinerende opmerkingen in de repliek op de kritiek van de SSEW, de schijn te wekken dat die kritiek niet welgevallig is geweest?

12) U stelt: Ik heb de stellige indruk dat veel van onderstaande detailkritiek voortkomt uit deze ‘richtingenstrijd’ onder historici.

Antwoord;

Was er maar een ‘richtingenstrijd’ onder historici. (Zie punt 8) U heeft het toch juist steeds over ‘algemeen geaccepteerde visies’.

13) U stelt: Naar mijn oordeel zouden die meningsverschillen echter niet over de ruggen van katernschrijvers mogen worden uitgevochten, aangezien zij net als toetsenmakers uit moeten gaan van algemeen geaccepteerde visies.

Antwoord:

Moet dat echt? Is er dan totaal geen eigen inbreng of is het gebrek aan voldoende kennis en schrijft men maar wat op?

Algemeen geaccepteerde visies? Daarmede bevestigt u toch tegelijkertijd mijn onder punt 8 geponeerde stelling dat er sprake is van ‘een verbijsterende tendens om de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog nog steeds uitsluitend te zien door Angelsaksische bril, waarbij men impliciet accepteert dat de Britse koloniale expansie en de Britse perceptie van de oorlog en de Britse rechten en eisen in de natuurlijke orde van zaken liggen terwijl men tegelijkertijd Duitse protesten daartegen en de Duitse wens tot economische uitbreiding automatisch beschouwt als bewuste provocaties en kwade wil’

Het feit dat ook u in uw repliek weer voornamelijk Angelsaksische bronnen bezigt, bevestigt nog eens te meer dat deze stelling nog steeds geldt.. Maar ja, er is dan natuurlijk wel sprake van álgemeen geaccepteerde visies. Dat wél!!

14) Niettemin wil ik - als auteur van de hoofdtekst van de Studiegids - proberen alle punten van kritiek te weerleggen.

Antwoord;

Daar gaat het ook om en dat wordt ook zeer op prijs gesteld.. Uiteraard zal de SSEW uw kritiek op haar website publiceren.

Deel 2:

Repliek van de heer J.van Oudheusden, redacteur van de Studiegids ‘Ten oorlog!:Europese oorlogen 1789-1919’. (Hoofdstuk Eerste Wereldoorlog) op de kritiek door de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog op de inhoud van de Studiegids met de beantwoording door de SSEW

1)- Tekst Studiegids blz. 86: citaat: Rusland dekte zich in door een bondgenootschap te sluiten met Frankrijk …De tsaar had het er graag voor over. De Franse banken investeerden namelijk vele miljoenen francs in grote projecten in Rusland zoals de aanleg van de transsiberische spoorweg.

Kritiek:SSEW

‘Het was niet Rusland dat het initiatief nam tot de Frans-Russische alliantie maar Frankrijk dat zich uit zijn isolement wilde losweken….’

Repliek Studiegids

Wat mijn opponent te berde brengt is zonder meer plausibel, maar in mijn tekst wordt niet expliciet beweerd dat Rusland het initiatief nam. Ik geef daarentegen (op blz. 90)zelf juist duidelijk aan dat het Frankrijk was dat toenadering zocht tot Rusland.

Antwoord SSEW:

Een leerling leest wat er staat; Rusland dekte zich in door een bondgenootschap te sluiten met Frankrijk …De tsaar had het er graag voor over. De Franse banken investeerden namelijk vele miljoenen francs in grote projecten in Rusland zoals de aanleg van de transsiberische spoorweg”.

Dat de Studiegids op blz 90 weer wat anders zegt maakt de zaak er niet helderder op. Wat moet de leerling nu als reden van de vorming van het Frans-Russische bondgenootschap aannemen? De wens van Rusland zich in te dekken door een bondgenootschap of de Franse wens tot revanche?

2) Tekst studiegids :Blz. 87: Tekst over Wilhelm II: citaat: Naar hedendaagse inzichten had Wilhelm een minimale brain damage, een lichte hersenbeschadiging die zijn latere agressieve uitlatingen kon verklaren.

Kritiek SSEW:

De studiegids geeft niet aan van wie die ‘hedendaagse inzichten’ dan wel hebben. De meest recente ‘hedendaagse inzichten’ (C.H.Clark) geven juist aan dat daar geen sprake van is geweest en de beweringen van ‘tijdgenoten’ van Wilhelm zijn nimmer ook maar door enig medisch bewijs noch door een psychoanalyse van de keizer, bevestigd’.

Repliek Studiegids

De term minimal brain damage is goed verdedigbaar. Frits Boterman wijst in zijn boek Moderne geschiedenis van Duitsland in navolging van Wilhelm-biograaf J.Röhl op de psychische schade als gevolg van ‘s keizers moeizame geboorte en verstoorde relatie tot zijn moeder. De term komt uit de literatuur en valt te verdedigen voor wie de geestelijke onevenwichtigheid van de keizer voor een hedendaags (jong) publiek in een korte formule wil duiden, al is een finaal oordeel niet te geven. De term is ook in overeenstemming met de typering die de historicus David Fromkin in De Laatste Zomer op blz. 79 van de keizer geeft: ‘Hij was een stoorzender. Hij was zenuwachtig, opgefokt en wispelturig … Getuigenissen van zijn medewerkers tonen ons een ongedisciplineerde en tegenstrijdige figuur, bij het kinderlijke af, emotioneel gespannen, een zenuwinzinking nabij…’

Kortom: er was wel degelijk een steekje los aan Wilhelm, hoewel sluitend medisch bewijs ontbreekt, zoals de heer Andriessen aangeeft in zijn waardevolle bijdrage aan het WO I-nummer van ons vaktijdschrift Kleio (nr.5, 2005).

Antwoord SSEW:

Ook hier volgt de Studiegids weer de haar zo na aan het hart liggende ‘algemeen geaccepteerde visies’ maar zonder zich af te vragen of deze visies nu nog wel zo algemeen geaccepteerd zijn.

In het door de Studiegids genoemde ‘waardevolle’artikel in het vaktijdschrift Kleio, nr 5 , 2005, worden duidelijke argumenten verstrekt. (de tekst van dit Kleio artikel kan de lezer vinden op de website van de SSEW, http://www.ssew.nl/ onder de rubriek ‘artikelen’) Als die zo waardevol geacht werden dan zou daar toch op z’n minst enige reflectie tegenover moeten staan. Ook hier volgt de Studiegids weer de ‘algemeen geaccepteerde’ paden en baseert zich tevens wederom voornamelijk op Angelsaksische auteurs. Eigen onderzoek ontbreekt en dat is voor een vaktijdschrift toch een kwalijke zaak, vooral als dat gebrek aan eigen onderzoek (dat ook al niet door de opstellers van de officiële cevo stofomschrijving werd gepleegd) tot gevolg heeft dat onjuiste of niet geheel correcte informatie aan leerlingen wordt doorgegeven.

3) Tekst StudiegidsIn 1890 liet Wilhelm het verdrag (rugdekkingverdrag) verlopen.

Kritiek SSEW:

Wilhelm liet niets verlopen, hij wilde het verdrag zelfs verlengen maar zijn kanselier, Caprivi, gesteund door Holstein en de Duitse ambassadeur in Petersburg adviseerden hem om het verdrag niet te verlengen vanwege de geheime clausules die daar in voorkwamen en die, als ze door Rusland openbaar gemaakt zouden worden (en daar was gezien de anti Duitse stemming in Rusland reëel kans op) een zeer nadelig effect zouden hebben zowel op de enige bondgenoot Oostenrijk-Hongarije als wel op Gr.Brittannië. Het dringende advies van zijn kanselier werd daarop door Wilhelm aanvaard’.

Repliek Studiegids::

Dit is niet in tegenspraak met elkaar. Het niet-verlengen geschiedde op ministerieel initiatief, maar uiteindelijk met keizerlijke sanctie.

Antwoord SSEW

Dat is inderdaad wel juist maar het niet verlengen van dit verdrag wordt vaak gebracht als een der grootse en domste fouten van Wilhelm zoals alles met betrekking tot Wilhelm in de negatieve sfeer wordt gebracht. Dit is zo’n axioma geworden dat alle pogingen om ook de positieve of andere kanten van Wilhelm te belichten, mede door de mythevorming die door jarenlange geallieerde propaganda over hem is ontstaan, elke objectieve observatie al bij voorbaat onmogelijk maakt. Toch was er wel degelijk een andere kant aan Wilhelm en op z’n minst zou men kunnen vermelden dat, gezien de toenmalige Duitse constitutie, Wilhelm geen keus had en het initiatief van de Rijkskanselier wel moest aanvaarden. Het alternatief zou zijn geweest om de kanselier te ontslaan maar dat was, gegeven de situatie, natuurlijk geen haalbare zaak.

4) Tekst Studiegids:

: Daardoor kon Wilhelm een persoonlijk stempel drukken op de buitenlandse politiek.

Kritiek SSEW:

‘Dat is niet juist. Wilhelm wilde wel graag een persoonlijk stempel drukken maar kreeg daar niet de gelegenheid voor, vooral niet bij Von Bülow en ook niet bij Bethmann Hollweg. Als hij het al eens probeerde werd hij fors teruggefloten. Historici hebben veel te veel gelet op de uitlatingen van Wilhelm en verzuimd na te gaan wat hij uiteindelijk deed. Hij zocht inderdaad wel de grenzen van zijn mogelijkheden maar ging daar slechts in enkele gevallen overheen zoals ook bijv. onze koningin Wilhelmina dat deed’.

Repliek Studiegids:

Er bestaat consensus onder historici dat de autoritaire Bismarck, die jarenlang de touwtjes in handen had gehouden, werd opgevolgd door kanseliers die er minder in slaagden hun stempel te drukken op de binnen- en buitenlandse politiek. Dat gaf meer speelruimte aan de keizer. Of Wilhelm daarvan gebruik heeft gemaakt, is onderwerp van dispuut onder historici (bv. Evans versus Röhl). De meesten zijn het erover eens dat Wilhelm als staatshoofd over veel bevoegdheden beschikte, en initiator was van de Weltpolitik en het vlootprogramma. De stofomschrijving zegt overigens kortweg: ‘Keizer Wilhelm II voerde een ‘Weltpolitik.’

Antwoord SSEW:

De Studiegids beroept zich op consensus onder historici. Maar wat is de eigen mening van de Studiegids? En is er wel consensus?

Er bestaat consensus onder historici dat Bismarck autoritair was en jarenlang een staat in de staat vormde. Wilhelm l liet hem zijn gang gaan en bemoeide zich niet met de politiek. Wilhelm II probeerde het met hem maar Bismarck wenste het Duitse rijk geheel alleen te besturen. Toen bleek dat hij Wilhelm niet naar zijn pijpen kon laten dansen begon hij hem tegen te werken.Het ontslag van Bismarck werd overigens in Duitsland met algemene instemming ontvangen. Hij had zijn tijd gehad! Bij de verkiezingen sprak ruim 64% van de kiezers zich tegen de politiek van Bismarck uit.

Lerman schreef over Bismarck;

„Ultimately, much of the praise bestowed on the Iron Chancellor’s efforts to preserve the peace of Europe between 1871 and 1890 loses sight of the man. Bismarck did not progress smoothly from being a disturber of the international peace in the 1860’s via the role of ‘honest broker’ at the Congress of Berlin to become a vital pilar of the European order in the 1880’s.

While there is no doubt that Bismarck’s stature and authority increased on the international stage and by the late 1880’s he probably commanded greater respect abroad than at home, his foreign policy was ultimately no less self-serving than his conduct of domestic policy. He sought to perpetuate a creation that only had meaning for him while he was its power-centre….He also saw no conflict of interest in exploiting his inside knowledge of foreign relations to protect if not to further his own financial wealth. His desire to deflect attention away from the centre towards the periphery and escalate crises if they served German interests calls into question assumptions that he was intent on preserving the peace of Europe at any price”.

Dát over Bismarck en de consensus die erover hem zou bestaan onder historici.

De opvolgers van Bismarck volgden een andere politieke koers en het gaat veel te ver om maar te stellen dat die daardoor zwak waren. Mogelijk minder sluw, mogelijk toch ook wat realistischer?

Inderdaad volgde rijkskanselier Caprivi en zijn opvolgers een Weltpolitik en inderdaad steunde Wilhelm deze politiek van harte. Maar de Studiegids verzuimt om uit te leggen wat onder „Weltpolitik” moet worden verstaan en waarom die werd gevoerd en dat nu is toch juist zo’n belangrijke factor.

5) Tekst Studiegids:

Militarisme speelde een belangrijke rol…. Men was bereid (in Duitsland) grote uitgaven voor vloot en leger te accepteren

Kritiek SSEW:

‘Suggestief! Het militarisme leefde in die periode in zekere zin ook in Frankrijk, Rusland en Engeland en de militaire budgetten van deze landen waren zelfs aanzienlijk groter dan die van Duitsland’.

Repliek Studiegids:

Dit laatste wordt in de Studiegids absoluut niet ontkend. Gesteld wordt bijvoorbeeld (p. 89) dat in Groot-Brittannië de vloot werd versterkt onder invloed van de populaire pers; Frankrijks Plan XVII (p. 93) met zijn enorme uitgaven wordt eveneens vermeld. Bij de bespreking van het fenomeen militarisme als oorzaak van de oorlog (p. 91) wordt niet apart naar Duitsland verwezen. Wilhelm II persoonlijk demonstreerde overigens een warme belangstelling voor de vlootbouw. De historicus J. Evans wijst in Het Derde Rijk, deel 1, Opkomst, (Londen 2003) ook op het sterke militarisme in de Duitse maatschappij tijdens het keizerrijk.

Antwoord SSEW:

Belangrijk is; wat was de invloed van dat militarisme op het buitenlandss beleid. Op de buitenlandse politiek van Duitsland. Was Duitsland er op uit om een agressieve aanvalsoorlog te gaan voeren? Was de keizer daar op uit? Het antwoord is ; neen.

Kan dat zelfde ook gezegd worden van het militarisme in Rusland? Wat was daar de invloed van op het buitenlandse beleid? En het militarisme in Frankrijk? En in Gr.Brittannië.?

Heeft de redactie van de Studiegids dat onderzocht of beroept zij zich wederom op vermeende consensus onder historici. Waarop baseert de redactie van de Studiegids de vaststelling dat er consensus is? Natuurlijk kan men wel weer vele Angelsaksische bronnen citeren maar heeft de redactie nu echt wel eens onderzocht of die allemaal de juiste informatie geven. En wordt niet te snel en te gemakkelijk beweerd dat bronnen die er anders over denken dus meteen maar ‘polemisch’of zelfs ‘sterk polemisch en provocerend’ zijn.?

6) Tekst Studiegids:

Duitsland was het enige land waarin ministers het parlement in uniform toespraken.

Kritiek SSEW:

‘Onjuist, zelfs in Nederland liepen ministers bij de opening van het parlement in ambtsuniform. De kritiek op de vele uniformen van de keizer is eveneens sterk overdreven indien met de tijd en mode waarin men toen leefde, in acht neemt’.

Repliek Studiegids:

Een ministerieel ambtskostuum is iets geheel anders dan een militair uniform. De uitdrukking is ontleend aan het genoemde standaardwerk van Frits Boterman, blz 165.: Het Duitse parlement was het enige in Europa waar ministers in uniform en met de hand aan de sabel de Rijksdag toespraken.’ Zo’n detail spreekt de lezer aan, en dat achtte ik goed bruikbaar.

Antwoord SSEW:

Boterman kan dat nu wel beweren maar de sabel die de Nederlandse minister bij de opening van het Parlement droeg was er toch beslist ook niet om de nagels mee schoon te maken en voor de burger in het land was het staatsie-uniform van een minister echt niet te onderscheiden van het parade-uniform van een militair. Is het overigens ook niet sterk polemisch dat de redactie van de Studiegids het vermelden van Boterman’s verhaal opneemt omdat ‘zo’n detail’ de lezer aanspreekt? Hoe aanspreekt? Wil de redactie daarmee iets bewijzen? En zo ja, wat dan?

7) Tekst Studiegids:: Blz. 88: De Duitsers ondergingen een karakterverandering rond 1900.

Kritiek SSEW:

‘Dat is toch een onbewezen en ook onmogelijke stelling’.

Repliek Studiegids:

Een stemmingsomslag zoals deze laat zich moeilijk kwantificeren, maar kan wel worden gevoeld aan de hand van literatuur. Een gezaghebbend historicus als Sebastian Haffner onderzocht de mentaliteit in diversen periodes van de Duitse geschiedenis. Hij stelt dat Duitsers hun typerende bescheidenheid in de jaren na 1890 inwisselden voor een Duits superioriteitsgevoel, en brengt die karakterverandering naar mijn idee beeldend en geloofwaardig onder woorden: spreekt onder meer van groeiende arrogantie en zelfvoldaanheid (in Van Bismarck tot Hitler, 2e druk, blz. 58).

Antwoord SSEW:

Allereerst moet de redactie toch weten dat Haffner geen historicus was en indien u de recente lezingenserie over Haffner, georganiseerd door het „Duitsland Instituut” in ‘de Duif’ te Amsterdam had kunnen volgen zou u ook het predikaat ‘gezaghebbend’ waarschijnlijk niet gebruikt hebben.

Haffner studerde rechten, was journalist en schreef fantastisch leesbare boeken maar of die allemaal zo historisch verantwoord waren is onderwerp van heftige discussie. (Zie; kritiek op het boek’de Zeven hoofdzonden van Duitsland , op de site van de stichting, http://www.ssew.nl/) Natuurlijk zullen er wel personen of groepen zijn geweest die aan de beschreven criteria voldeden maar een heel volk daar van te beschuldigen is absurd. Onze kritiek op wat de Studiegids daar over zegt, blijft onverkort van kracht. Het is suggestief en historisch onverantwoord, wat Haffner daar dan ook van zegt.

8) Tekst Studiegids: Bij velen ontwikkelde zich een superioriteitsgevoel.

Kritiek SSEW:

‘In dit tijdperk van koloniën was het superioriteitsgevoel bij de koloniserende landen erg ontwikkeld. De Britten stelden het ‘Britse ras’ boven alle andere ‘rassen’ en waren wat het superioriteitsgevoel betreft no 1 in de wereld. Dat superioriteitsgevoel was zeker niet alleen een Duitse karaktertrek’.

Repliek Studiegids:

Dit is exact wat ikzelf ook beweer; onder meer op p. 89 en 91 wordt het Britse en Franse gedrag in de tijd van het Modern Imperialisme gememoreerd. Overigens wordt dit imperialisme in de stofomschrijving amper genoemd als factor van sfeerverslechtering aan de vooravond van de oorlog.

Antwoord SSEW:

Nee, dat beweert de Studiegids helemaal niet op genoemde blz. Daar wordt het imperialisme wel genoemd maar op een wijze alsof dat de gewoonste zaak van de wereld was en niets wijst er op dat de Gids van mening is dat ook daar sprake was van superioriteitsgevoel. Dat was er wel degelijk en als U Duitsland daar van beticht (terecht of ten onrechte) komt onze kritiek dat u dan eenzijdig veroordeelt en verzuimt ook de andere landen die aan deze ‘ziekte’ leden te memoreren.

9): Tekst Studiegids::

De actieve Weltpolitik leidde tot een riskante koers in de buitenlandse politiek. Het Europese machtsevenwicht werd door de Duitse verlangens verstoord.

Kritiek SSEW:

‘Clark schreef: Er is een werkelijk verbijsterende tendens in de hedendaagse literatuur en in de opvattingen van veel auteurs, om de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog nog steeds uitsluitend te zien door Angelsaksische bril waarbij men impliciet accepteert dat de Britse koloniale expansie en de Britse perceptie van de oorlog en de Britse rechten en eisen in de natuurlijke orde van zaken liggen terwijl men tegelijkertijd Duitse protesten daartegen en de Duitse wens tot uitbreiding automatisch beschouwt als bewuste provocaties en kwade wil.”en daar zijn legio voorbeelden van te geven zoals bovenstaande bewering.

Repliek Studiegids:

Dat Duitslands verlangen naar een plaats onder de zon het bestaande machtsevenwicht verstoorde, is een algemeen geaccepteerd historisch feit.

De opmerking komt voort uit premissen van mijn opponent zoals die in mijn inleiding zijn aangeduid. Men kan de katernschrijvers moeilijk verwijten dat ze het - overigens polemiserende en provocerende - boek van R.H.Clark, niet in hun teksten hebben verwerkt. Het boek ontbreekt bovendien op de literatuurlijst van de stofomschrijvingscommissie.

Antwoord SSEW:

De Studiegids vergeet te melden dat er de facto helemaal geen machtsevenwicht was. Het was Gr.Brittannië dat de dienst uitmaakte en elk land dat zich daar aan trachtte te onttrekken of zich er tegen verzette kreeg met het Britse imperium en de machtige Britse vloot te doen. Maar ja, de Studiegids confirmeert zich nu eenmaal aan „algemeen geaccepteerde” argumenten ergo het probleem van het klakkeloos volgen van wat Angelsaksische auteurs ons voorhouden, steekt ook hier weer de kop op. En verder is het weer het oude liedje, een historicus als Chr.Clark, die met een frisse kijk de zaken op een rijtje zet, wordt meteen weer in de hoek van ‘polemiseren en provoceren’geplaatst. En zo blijft de leer der geschiedenis het achtergebleven gebied dat het zo langzamerhand is geworden. De Studiegids brengt daar helaas geen verandering in.

9) Tekst Studiegids: Blz. 89:

Wilde Duitsland ooit het Britse imperium naar de kroon steken dan was een eigen oorlogsvloot een eerste vereiste. Die zou de heerschappij ter zee kunnen afdwingen.

Kritiek SSEW:

Dit suggereert dat dit een der doelen van Duitsland is geweest.

Dat is onjuist. Het officiële beleid was een vloot te bouwen die nimmer groter mocht zijn dan 2/3 van de Britse vloot. De reden was dat men Gr.Brittannië NIET wilde provoceren en men realiseerde zich dat een policy om de Britse vloot te overvleugelen of naar de kroon te steken, nimmer zou lukken en ook onmogelijk en zelfs onwenselijk zou zijn’.

Repliek Studiegids:

Op blz. 89 geef ik duidelijk aan dat het doel van Duitsland met de oorlogsvloot was: ‘de eigen handelsschepen beschermen en een actieve koloniale politiek ondersteunen.’ De heer Andriessen weet uiteraard dat admiraal Von Tirpitz bewust risico’s wilde nemen. In de historiografie spreekt men van de Risikogedanke. Tirpitz schreef in zijn memoires: ‘Wij wilden zo sterk worden, dat zelfs voor de Engelse vloot met haar geweldige overmacht een confrontatie niet zonder risico zou zijn’. Men kan moeilijk volhouden dat Duitsland de Britten hiermee niet bewust provoceerde. De regering in Berlijn wist dat ze de Britten op stang zouden jagen met hun vlootprogramma. Voeg dit bij uitspraken over Duitsland dat ook ‘een plaatsje onder de zon’ verdiende

Antwoord SSEW:

Neen; Op blz 89 zegt de Studiegids allereerst; „Wilde Duitsland ooit het Britse imperium naar de kroon steken dan was een eigen oorlogsvloot een eerste vereiste. Die zou de heerschappij ter zee kunnen afdwingen”..

Dat is toch niet mis te verstaan en het is volstrekt onjuist. Daar richtte onze kritiek zich op. Dat U onder aan de blz dan ook nog een andere reden meldt, maakt het voor de leerling alleen maar verwarrend.

Duitsland had als natie volstrekt het recht op een eigen grote vloot. Dat werd in Gr.Brittannië ook begrepen. Ook andere landen, Amerika voorop maar ook Rusland en Frankrijk bouwden koortsachtig aan een grote oorlogsvloot. Inderdaad werd de bouw er van in Duitsland gezien als een risicofactor gedurende een aantal jaren maar geen enkel zichzelf respecterend land zou zich daardoor van een destijds noodzakelijk geachte vlootbouw kunnen laten afhouden. Daar kwam bij dat Duitsland de Britten informeerden dat de Duitse vloot nimmer groter zou worden dan 2/3 van de Britse vloot en dat stond ook openlijk in de door de Rijksdag aangenomen vlootwet. Van het willen afdwingen van de heerschappij ter zee is nimmer sprake geweest, noch in het geheim, noch openlijk. Het was Churchill zelf die dit ook uitsprak en de Britse reactie dan ook bestempelde als een „false lying panic, started in the interest of the Conservatives and a part of a showy, sensational, aggressive and jingo policy”.

Uitspraken als „Duitsland wist dat het de Britten op stang zou jagen”en „De Duitsers provoceerden”geven een volstrekt vertekend beeld van de realiteit en scheppen daarmede een verkeerd beeld van de werkelijkheid. Niet de bouw van de Duitse vloot, maar economische motieven waren de aanleiding voor Gr.Brittannië om zich op te stellen zoals ze deed. De Duitse vlootbouw was een argument, geen reden. Ook hier geldt weer; het accepteren van, zoals de Gids het noemt; ‘algemeen geaccepteerde argumenten’ heeft in werkelijkheid tot gevolg dat de geschiedenis niet wordt gediend maar geweld wordt aangedaan en dat is in onze ogen een kwalijke zaak, vooral als dat in het vormend onderwijs geschiedt.

10) Tekst Studiegids blz. 90:

Het gevolg van de (marine) wapenwedloop tussen Gr.Brittannië en Duitsland was dat de Britten zich meer op Europa gingen richten.

Kritiek SSEW:

Dat is wel vaak als argument gebruikt maar fundamenteel onjuist. De Britten gingen zich meer op Europa richten omdat ze de economische en politieke groei van Duitsland als een gevaar zagen voor hun eigen dominante positie…’

Repliek Studiegids:

In de tekst staat niet: HET gevolg, maar: EEN gevolg van de wapenwedloop. Er speelden meerdere factoren een rol. De tekst van de Studiegids is overigens geheel in lijn met de stofomschrijving, die stelt: ‘Groot-Brittannië zocht na de eeuwwisseling toenadering tot het Europese vasteland, onder andere als gevolg van de nieuwe Duitse politiek.’ Bedoeld wordt de Weltpolitik van Duitsland onder Wilhelm II.

Antwoord SSEW:

Neen, er staat in de tekst van de Studiegids iets anders; nl „ëen direct gevolg” van de wapenwedloop .en dat is toch niet voor andere uitleg vatbaar! In de stofomschrijving staat het dan ook juister maar de Gids prefereert de „algemeen geaccepteerde argumenten” en bovengenoemde tekst is op z’n minst weer zeer suggestief en in de repliek ook niet juist weergegeven.

25) Tekst blz. 90: Met de Fransen deelden zij de bezorgdheid over de groeiende ambities van Duitsland.

Kritiek:

‘Zou er ook niet kunnen staan; „met de Duitsers deelden zij de bezorgdheid over de groeiende ambities van Frankrijk”? De wijze waarop Frankrijk haar invloed naar Marokko uitbreidde, was immers een schending van het verdrag van Madrid waarbij Duitsland een der ondertekenaars was. De Franse acties leidden dan ook tot de val van Delcassé (1905) en later tot bijna oorlog (1911). De Gids suggereert hier dat in de Marokkokwestie Duitsland het bij het verkeerde eind had maar verzuimt de Franse rol objectief te bespreken en verzuimt eveneens te melden dat de oorlog toen voorkomen werd door de Duitse keizer’.

Repliek:

Het handelt in de stofomschrijving en op deze bladzijdes in de Studiegids over de oorzaken die daadwerkelijk tot de Eerste Wereldoorlog hebben geleid. Het zou te ver voeren om de vele stappen en misstappen van elk der grote mogendheden te beschrijven, die achteraf niet tot WO I hebben geleid. Wat hier telt, is de beslissende verwijdering tussen Duitsland enerzijds en Frankrijk+Groot-Brittannië anderzijds, mede onder invloed van de beide Marokkocrises. De schuldvraag inzake Marokko laat ik in de aangehaalde passages overigens in het midden.

Antwoord:

.De Gids stelt: „Het zou te ver voeren om de vele stappen en misstappen van elk der grote mogendheden te beschrijven, die achteraf niet tot WO I hebben geleid.”.

Die misstappen der grote mogendheden hebben wel degelijk mede invloed uitgeoefend op het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog. Het steeds maar eenzijdig belichten van de schuldvraag betekent dat de kennis over de werkelijke redenen in ons land te kort schiet, iets waar Prof.dr.M.Brands zich in het verleden in zijn publicaties ook vele malen aan heeft geërgerd en die daar ook heden nog steeds op wijst. De beslissende verwijdering tussen Duitsland en Gr.Brittannië is niet uitsluitend aan Duitsland te wijten en dat zou de Gids best ook kunnen vermelden.

11) Tekst Studiegids .blz. 90:

Vanaf het moment dat Elzas en Lotharingen aan Duitsland waren afgestaan, leefde in Frankrijk de gedachte aan ‘revanche’.

Kritiek SSEW:

Die gedachte leefde slechts bij enkelen en zeker niet bij het Franse volk.De politiek van Delcassé toont dat ook aan. Hij wilde expansie van het Franse grondgebied overzee en toen hij, vanwege de Fashoda-kwestie problemen kreeg met Engeland dreigde hij zelfs Duitse hulp te zullen inroepen. De ‘revanche gedachte’ werd later weer nieuw leven ingeblazen toen Raymond Poincaré minister-president en nog later, president werd. Hij was een overtuigd revanchist maar zag de noodzaak de pers om te kopen omdat die zich anti-Russisch had opgesteld en van revanche niet wilde weten. Pas nadat de Franse pers, met Russisch geld, was omgekocht werd die nu pro-Rusland en pro-oorlog.’

Repliek Studiegids:

Het is te mager om te beweren dat die revanchegedachte ‘slechts bij enkelen’ in Frankrijk leefde. Natuurlijk vlakte de publieke verontwaardiging over het verlies van de provincies nu en dan wat af, maar zij verdween voor 1914 nooit. Die gerichtheid op het terugwinnen van Elzas-Lotharingen is moeilijk te meten. Gambetta sprak: ‘Pensez-y toujours, n’en parlez jamais.’ In het Franse onderwijs kreeg mede als gevolg van ‘la Défaite’ een uitgebreid program van patriottisme vorm. In de woorden van H.Wesseling (Frankrijk in Oorlog, blz. 111): De verloren provincies ‘bleven in de herinnering en de Duitse annexatie ervan werd als misdaad gezien.’

Antwoord SSEW:

Wat de Gids hier stelt komt ongeveer overeen met wat wij in bovenstaande kritiek stellen. Wij schreven; De ‘revanche gedachte’ werd later weer nieuw leven ingeblazen toen Raymond Poincaré minister-president en nog later, president werd

12) Tekst Studiegids blz. 91:

De Triple Entente was in wezen een reeks afspraken om onderlinge geschillen vreedzaam op te lossen.

Kritiek SSEW:

‘Dit is historische onzin. De Triple Entente bestond uit Frankrijk-Rusland en (onofficieel) Gr.Brittannië. Het verdrag tussen Frankrijk en Rusland was verre van vreedzaam en sprak nergens over het vreedzaam oplossen van geschillen maar integendeel, over het ‘vernietigen van de Duitse legers, over mobilisatie als meest dwingende stap tot oorlog en over het verbod tot vrede sluiten van een der deelnemende partijen als de ander daar geen toestemming voor zou geven. Gr.Brittannië vormde de onofficiële partner in deze drie-landenafspraken. Onofficieel omdat het land nimmer ook maar een handtekening heeft gezet onder deze samenwerking. In het geheim waren er echter wel degelijk militaire afspraken en oefenden Franse en Britse militairen in maart 1914 zelfs bij Amiens de mobilisatie en waren er marinebesprekingen met Rusland aan de gang terwijl er ook harde (geheime) afspraken waren met de Franse marine.’

Repliek Studiegids:

De Triple-Ententelanden hebben wel degelijk schriftelijke afspraken gemaakt om onderlinge geschillen - die waren er genoeg! - vreedzaam op te lossen, onder meer inzake Afghanistan, Perzië, Tibet, Egypte, Marokko, Newfoundland. Zo kort na de Fashodacrisis van 1898, de Boerenoorlog van 1899-1902 en de Russisch-Japanse oorlog van 1904-1905 was het wel degelijk van historische betekenis dat de Frans-Britse en Russisch-Britse geschillen nu werden uitgepraat en geregeld.

Antwoord SSEW:

De Gids stelt: „Zo kort na de Fashodacrisis van 1898, de Boerenoorlog van 1899-1902 en de Russisch-Japanse oorlog van 1904-1905 was het wel degelijk van historische betekenis dat de Frans-Britse en Russisch-Britse geschillen nu werden uitgepraat en geregeld”..

Dat wordt door ons ook helemaal niet ontkend. Natuurlijk was e.e.a van historische betekenis. Maar dat was niet het onderwerp. de Gids heeft het over; „De Triple Entente was in wezen een reeks afspraken om onderlinge geschillen vreedzaam op te lossen”, en wij tonen aan dat dát nu niet direct de bedoeling is geweest van de allianties en derhalve noemen wij die bewering nog steeds ‘historische onzin’.

13) Tekst Studiegids p.92:

Moderne historici stellen dat Duitsland de Oostenrijkse regering aanspoorde om de moord te Sarajevo te benutten om oorlog tegen Servië te ontketenen. Dan kon Duitsland een oorlog tegen Rusland beginnen….

Kritiek SSEW:

Die bewering is nimmer bewezen en ook zeer onwaarschijnlijk. De Duitse militairen vonden een preventieve oorlog gezien de situatie zeker wenselijk maar dat Duitsland op oorlog aandrong om voornoemde reden is nergens vast te stellen. Wilhelm had zich vele malen uitgesproken tegen het voeren van een preventieve oorlog. Wel is het duidelijk dat men op snelle actie aandrong omdat men van mening was dat daarmede juist een algemene oorlog kon worden voorkomen en nog lokaal zou kunnen worden gehouden’.

Repliek Studiegids:

In zijn degelijke studie De Laatste Zomer zet David Fromkin geloofwaardig uiteen hoe Duitsland Oostenrijk-Hongarije in juli 1914 tot spoed maande, om Servië aan te vallen. Hij maakt aannemelijk dat niet Duitslands kracht, maar juist zijn zwakheid de drijfveer vormde. De moord in Sarajevo gaf aan Wenen een welkom excuus om Servië van de kaart te vegen, maar achter de blanco cheque van Duitsland aan Oostenrijk ging de ware intentie van de Duitse legerleiding schuil: met Rusland afrekenen zolang dat land nog niet te sterk was geworden.

Antwoord SSEW:

De Gids en ook Fromkin, gaat er aan voorbij dat het tot 1914 niet de legerleiding was die de dienst uitmaakte maar de rijkskanselier, de Rijksdag en de keizer. Kanselier en keizer waren mordicus tegen oorlog zoals ook duidelijk blijkt uit de opluchting toen men vernam dat Gr.Britannië neutraal zou blijven. Onmiddellijk gaf de keizer bevel de opmars naar Luxemburg te staken. Dat het bericht over de beweerde Britse neutraliteit achteraf onjuist bleek doet daar niets van af.

De Gids gaat ook voorbij aan het feit dat het niet de legerleiding was die de ‘blanco cheque’ aan Oostenrijk gaf maar de rijkskanselier en de keizer en hier was de legerleiding niet bij betrokken. De motieven voor het afgeven van de blanco cheque waren ook geheel anders dan door de Gids wordt gesuggereerd. De Gids verwart militaire motieven en plannen met bondgenootschappelijke verplichtingen. Helaas is dit een onderwerp waar veel meer over gezegd moet worden maar dat voert in het kader van dit vraag en antwoordspel helaas te ver. Er is echter ruim voldoende studiemateriaal aanwezig om ook deze ‘algemeen geaccepteerde’stelling te weerleggen.

14) Tekst Studiegids p.92:

Bovendien was het waarschijnlijk dat de Britten voor België zouden opkomen.In 1839 hadden alle grote mogendheden de onafhankelijkheid van het nieuwe koninkrijk België gegarandeerd.

Kritiek SSEW:

De ondertekenaars hadden zich slechts verplicht om samen of individueel, de neutraliteit van België niet te schenden. Van een verplichting om, indien dat wel zou gebeuren, gewapenderhand in te grijpen, was echter geen sprake… Engeland verplichtte zichzelf, net als de andere staten dat deden, die neutraliteit niet te zullen schenden maar niet om die te verdedigen als een der andere ondertekenaars zich daar niets van zou aantrekken. Vandaar ook het aparte verdrag dat Engeland sloot met Duitsland en met Frankrijk in 1871 toen men vreesde dat een van die landen België zou binnentrekken…’

Repliek Studiegids:

In mijn tekst wordt ook niet van ‘verplichting’ gesproken, maar wordt gesteld dat het ‘waarschijnlijk’ was dat de Britten voor België zouden opkomen. Daarmee hielden de Duitse plannenmakers wel degelijk rekening. Von Moltke gokte er evenwel op dat de Britten niet in staat zouden zijn om militair gewicht in de schaal te leggen.

Antwoord SSEW:

Zo waarschijnlijk was het niet dat Gr.Brittannië voor de Britten zou opkomen. Tot het laatste toe was er binnen de Britse regering grote weerstand tegen ingrijpen en tegen oorlog. Grey gebruikte België als motief en wist daarmede een meerderheid in de regering over de streep te halen. Het motief was vals. Waar het hier om gaat is dat Gr.Brittannië als motief voor haar oorlogsverklaring aan Duitsland, een zogenaamde verplichting om België volgens het verdrag van 1839 te verdedigen, gebruikte. Die verplichting was er niet. De Britse oorlogsverklaring werd integendeel ingegeven door de gedachte dat er nu, in samenwerking met Rusland en Frankrijk, een kans was om aan de Duitse economische macht een eind te maken. Ook hier haalt de Gids militaire en civiele zaken door elkaar. In de Duitse buitenlandse politiek dacht men tot op het laatste toe dat er kans was dat Gr.Brittannië neutraal zou blijven en dat Rusland waarschijnlijk zou terugschrikken voor oorlog. Hierin vergiste ze zich helaas schromelijk. De motieven van de Britten, Fransen en Russen worden echter steeds onderbelicht en die van Duitsland uitvergroot waardoor er een scheef beeld van de werkelijkheid blijft bestaan.

15) Tekst Studiegids blz. 95:

Achter de blanco cheque van Duitsland ging de ware intentie schuil van de militaire top in Duitsland. Zorgvuldig werd geheim gehouden dat reeds in december 1912 de Duitse legerleiding besloten had tot een spoedige preventieve oorlog tegen Rusland.

Kritiek SSEW:

De meeting van 8 december 1912 was een militair-politieke beschouwing in verband met de situatie tussen Oostenrijk en Servië… De bewering dat men daar in het geheim tot oorlog heeft besloten is onzin en getuigt van weinig kennis van het staatsbestel in Duitsland. De militairen hadden geen stem in de beslissing tot oorlog en Wilhelm was absoluut tegen oorlog en zou zijn kanselier ook nooit hebben meegekregen in zo’n beslissing. Niet vermeld wordt dat Von Moltke een waarschuwing zond naar Conrad om geen oorlog te ontketenen en dat die van de „slaven’ moest uitgaan en niet van de Duits sprekende landen’.

Repliek Studiegids:

De Duitse legerleiding had op 8 december 1912 wel degelijk plannen tot oorlog tegen Rusland zitten beramen. De details van dit geheime beraad zijn door de Hamburgse historicus Fritz Fischer in de jaren zestig benadrukt, al wordt de betekenis van die meeting zoals hij die in Der Griff zur Weltmacht beschrijft, naar het oordeel van menig vakgenoot overschat. Zo is het volgens Duitslandkenner Frits Boterman onzeker of er een vastomlijnd lange-termijnplan lag. Maar de passage op zich klopt wel degelijk: de militaire top beraamde plannen voor een preventieve oorlog tegen Rusland..

Antwoord SSEW:

Elke militaire top van elk land beraamde oorlogsplannen, daar waren ze ook voor aangewezen.. Maar de Gids stelt dat de Duitse militaire top in 1912 besloten had tot oorlog. ”

Letterlijk zegt de Gids; . Zorgvuldig werd geheim gehouden dat reeds in december 1912 de Duitse legerleiding besloten had tot een spoedige preventieve oorlog tegen Rusland”. En nu wordt dat in de repliek wel weer wat afgezwakt tot „plannen”, maar dat is essentieel iets heel anders dan een besluit!

De bewering, in de Gids, dat reeds in 1912 de Duitse legerleiding besloten had tot een spoedige preventieve oorlog is onjuist maar zelfs als de legerleiding dat nodig had geacht en had willen besluiten, dan nog had dat geen enkele zwaarte zolang de Duitse politieke leiding daar anders over dacht en dat was hier het geval.

De bewering van Fritz Fischer over de continuïteit en de lange termijnplanning tot oorlog is, zoals wel bekend zal zijn, reeds lang achterhaald.

16) Tekst Studiegids blz.96:

Toen Wilhelm het Servische antwoord las, meende hij dat iedere reden voor oorlog was komen te vervallen maar in Berlijn hadden de generale staf en de minister van Oorlog besloten dat de tijd rijp was voor oorlog.

Kritiek SSEW:

‘Het suggereert ook dat de keizer toen al niets meer te zeggen had hetgeen eveneens onjuist is. De militairen drongen wel steeds aan op een preventieve oorlog maar de keizer weigerde dat beslist en de militairen waren ook niet in de positie om een oorlog er door te drukken zonder akkoord van de keizer en de Rijkskanselier en beiden waren tegen oorlog.

Repliek Studiegids:

Het is een feit dat de laatste wanhopige pogingen van de keizer (o.a. in de Willy-Nicky-correspondentie) om het uitbreken van oorlog te voorkomen, door de legerleiding geblokkeerd werden. Het was immers War by timetable, er viel geen minuut meer te verliezen. Moltke won het van kanselier Bethmann-Hollweg. Ook andere signalen tonen wel degelijk aan dat de keizer in juli 1914 niet meer aan de touwtjes trok.

Antwoord SSEW:

Dat is helemaal geen feit! En de legerleiding blokkeerde helemaal niets. Een volstrekt ongemotiveerde bewering! Von Moltke won het ook helemaal niet van de kanselier, integendeel. Toen het bericht van de Britse neutraliteit binnenkwam gaf de keizer in aanwezigheid van de kanselier en met diens volledige instemming en toestemming, Moltke opdracht de opmars naar Luxemburg onmiddellijk te staken. Moltke protesteerde heftig maar had te gehoorzamen. Hij beschreef later in zijn memoires dat hij toen als een gebroken man het paleis verliet en bij zijn aankomst op het hoofdkwartier het schriftelijke bevel reeds aantrof.

In de repliek wordt gesteld dat ook andere signalen aantonen dat de keizer in juli 1914 niet meer aan de touwtjes trok maar helaas wordt niet verteld welke andere signalen dat dan waren. In elk geval is de bewering volstrekt onjuist.

17) Tekst Studiegids blz. 96:

Op 30 juli mobiliseerde Oostenrijk. De Russische regering gaf op diezelfde dag (30 juli ) het bevel tot volledige mobilisatie.

Kritiek SSEW:

‘Onjuist … gezien de betekenis van het Russische besluit tot mobilisatie. Mobilisatie betekende nl in die tijd de meest verstrekkende oorlogsdaad… De Russische gedeeltelijke mobilisatie werd reeds op de 25e Augustus besloten en het bevel op de 26e uitgevoerd en niet de 28e. De Russische algemene mobilisatie, (dus ook tegen Duitsland gericht) werd echter op 30 juli te 1800 uur n.m. uitgeroepen maar de Oostenrijkse algemene mobilisatie volgde pas een dag later (en niet dezelfde dag) en wel de 31e juli te 12.30 uur.nm, dus na de Russische algemene mobilisatie.

Repliek Studiegids::

Oostenrijk-Hongarije was al vanaf 28 juli (11.00 uur) in oorlog met Servië. Het opende meteen op 29 juli een artillerieaanval op Belgrado, en was dus materieel gezien bezig het leger in stelling te brengen tegen Servië. Op 30 juli werd de algehele Russische mobilisatie afgekondigd die reeds de vorige dag in gang was gezet (na een gedeeltelijke mobilisatie v.a. 25 juli), een beslissende stap op weg naar oorlog. Oostenrijk had toen echter al zijn troepen gemobiliseerd tegen Servië. Officieel kondigde Oostenrijk op 31 juli algehele mobilisatie af, maar het land was dus al in oorlog. De beslissende betekenis van de Russische mobilisatie wordt in mijn tekst overigens wel degelijk benadrukt.

Antwoord SSEW:

We moeten nu natuurlijk wél bij de les blijven. De Gids stelde dat; Op 30 juli mobiliseerde Oostenrijk. De Russische regering gaf op diezelfde dag (30 juli ) het bevel tot volledige mobilisatie” .

Die mededeling is volstrekt onjuist en de kritiek van de SSEW richtte zich op het feit dat a) gezegd werd dat de Russen op die zelfde dag als Oostenrijk mobiliseerden.waarbij de suggestie wordt gewekt dat dit in antwoord was op de Oostenrijkse mobilisatie hetgeen niet juist is en dat b) de SSEW aangeeft dat Oostenrijk helemaal niet op de 30e juli, maar pas op de 31e juli tot haar algemene mobilisatie overging in antwoord op de Russische mobilisatie en dat is dus totaal anders dan de Gids beweert en suggereert. De SSEW benadrukte ook het enorme belang van dit verschil in mobilisatieaanvang met betrekking tot de schuldvraag en c) e.e.a had tenslotte niets te maken met het feit dat Oostenrijk reeds in oorlog met Servië was.

De Studiegids heeft hier dus de zaken volstrekt en suggestief verkeerd voorgesteld.

18) Tekst Studiegids blz. 97:

Keizer Wilhelm waagde nog een halfslachtige poging om de ontwikkelingen te keren. Hij stuurde een telegram naar zijn neef Koning George, maar die poging faalde.

Kritiek SSEW

Wilhelm ontving bericht van prins Heinrich dat Engeland neutraal zou blijven. Wilhelm dankte koning George daarvoor. Die stuurde een telegram terug dat dit op een misverstand berustte en dat Engeland niet neutraal bleef. Er was dus geen sprake van een halfslachtige poging van Wilhelm. Wat Wilhelm wel deed, nadat hij het bericht had ontvangen dat Engeland neutraal zou blijven, was Von Moltke bevel geven de troepenbewegingen in de richting van België en Luxemburg stop te zetten. Hij werd daarbij van harte gesteund door de kanselier Von Bethmann Hollweg. Een duidelijk bewijs dat Wilhelm niet handelde volgens een vooropgezet agressief oorlogsplan en ook dat de militairen het nog niet voor het zeggen hadden!’

Repliek Studiegids:

Wilhelm stuurde wel degelijk een telegram naar George V, opgelucht omdat naar zijn oordeel het gevaar van oorlog tussen Duitsland en Groot-Brittannië was afgewend. Hij zei tegen Von Moltke: ‘Dan kunnen we ons hele leger simpelweg inzetten in het oosten!’

Dat zijn oordeel m.b.t. de Britse vastberadenheid niet bleek te kloppen, doet niets af aan de oprechtheid van deze laatste poging om oorlog met de Britten te voorkomen.

Het geval vormt ook een duidelijke aanwijzing dat Wilhelm in Berlijn al lang niet meer aan de touwtjes trok. Zijn instructies werden genegeerd, zowel door de legerleiding als door zijn kanselier en zijn minister van Buitenlandse Zaken. De troepen maakten zich al gereed voor de aanval op het Westen. De keizerlijke euforische reactie illustreert naar mijn oordeel niet zijn vredeswil, maar verraadt eerder diens instemming met het streven (van de legerleiding) om met Rusland af te rekenen.

Antwoord SSEW:

Het wordt nu toch wel wat lastig.

SSEW stelde dat: ‘Wilhelm ontving bericht van prins Heinrich dat Engeland neutraal zou blijven. Wilhelm dankte koning George daarvoor.(en deed dat natuurlijk telegrafisch/ssew) Die stuurde een telegram terug dat dit op een misverstand berustte”, en de repliek daarop luidt: Wilhelm stuurde wel degelijk een telegram naar George V, opgelucht omdat naar zijn oordeel het gevaar van oorlog tussen Duitsland en Groot-Brittannië was afgewend”. Maar dat werd door de SSEW ook helemaal niet ontkend of gezegd.

Dan stelt de Gids in de repliek: Dat zijn oordeel m.b.t. de Britse vastberadenheid niet bleek te kloppen, doet niets af aan de oprechtheid van deze laatste poging om oorlog met de Britten te voorkomen” waar van akte (we zijn het daar helemaal mee eens\ssew) . om dan te vervolgen met de mededeling; „Het geval vormt ook een duidelijke aanwijzing dat Wilhelm in Berlijn al lang niet meer aan de touwtjes trok. Zijn instructies werden genegeerd, zowel door de legerleiding als door zijn kanselier en zijn minister van Buitenlandse Zaken. De troepen maakten zich al gereed voor de aanval op het Westen”. zonder echter ook maar een flintertje van bewijs daarvoor te noemen.welke duidelijke aanwijzingen dat dan wel waren en op welke wijze zijn instructies werden genegeerd. Kortom, er wordt hier, althans in de repliek, toch een historische visie getoond die nergens ook maar in de verste verte met de werkelijkheid overeenkomt.

19) Tekst Studiegids blz. 98:

Het Britse kabinet was bijna unaniem voor ingrijpen.

Kritiek SSEW:

‘6 ministers dreigden hun ontslag in te dienen en na de rede van Grey in het Lagerhuis namen uiteindelijk twee ministers uit protest hun ontslag’.

Repliek Studiegids:

Er staat: bijna unaniem, en dat klopt dus. Er was verdeeldheid in het Britse kabinet, maar de Duitse invasie in België bracht een omslag teweeg. Fromkin zegt (De laatste Zomer, p.299-300): ‘Lloyd George, die vroeger voor vrede was, nam het voortouw en pleitte voor oorlog. De mening van het kabinet was bijna unaniem…’ Dat er na de rede van Grey uiteindelijk slechts twee ministers aftraden, kan als bewijs gelden dat premier Asquith de boel aardig bij elkaar had weten te houden.

Antwoord SSEW

In de (laten we dat begrip ook maar eens gebruiken) „algemeen geaccepteerde”visie van de historicus Albertine lezen we:

Grey must undoubtedly have been aware of the false situation which had arisen inregard to Enlish-French and indirectedly Anglo-Russian relations. Can it be said that Grey had done all in his power to prevent the fatal stap from being taken? The anwer must be no. It is not possible to absolve Grey”.

En een tijdgenoot van Frey, Frederick Cornwalls schreef:

Grey was doubtless as much of a hypocrite in the week before the war as he had dbeen for eight years before that. We attacked Germany for three reasons:

•1) To down her Navy

•2) To capture her trade and

•3) To ake her colonies

maar dat zal de redactie van de Studiegids wel beschouwen als een buitengewoon polemiserende en provocerende stelling..

Studiegids:

Ten slotte

De Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog zet zich al jaren op allerlei manieren in om het Nederlandse publiek de historische en actuele betekenis van de oorlog van 1914-1918 voor te houden. Een lofwaardig streven, gezien de relatieve onbekendheid van deze oercatastrofe bij veel Nederlanders!! Dat deze oorlog in 2008 en 2009 onderwerp vormt van de geschiedenisexamenstof op alle havo-vwo-scholen van Nederland heeft hopelijk het effect dat er straks bij vele tienduizenden jonge mensen basale interesse in WO I is aangekweekt. In het licht van dat gegeven is het weinig vruchtbaar om nu elkaars teksten uit te vlooien.

Gelukkig slaan SSEW en geschiedenisonderwijs de handen ineen, getuige onder meer de conferentie op het Bonifatiuscollege te Utrecht van 16-17 november a.s., een gezamenlijk evenement waarvoor velen zich intekenden. Ongetwijfeld leert dit dat samenwerking loont!

Jan van Oudheusden, 13 november 2007.

Ten slotte: antwoord SSEW

Het gaat hier helaas helemaal niet om het uitvlooien van elkanders teksten maar om onjuistheden, suggestieve uitingen en verkeerde voorstelling van zaken waardoor „bij vele tienduizenden jonge mensen” een onjuiste basale historische kennis over de Eerste Wereldoorlog wordt aangekweekt.

De Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog maakt zich, omdat het hier gaat om een verkeerde historische voorstelling van zaken zoals die in de stofomschrijving, de Studiegids en de andere examenkaternen, wordt uitgebaat, uiterst ongerust juist ook omdat het hier gaat om het aankweken van basale interesse en vooral basale kennis bij die vele tienduizenden jonge mensen. Men zou toch op z’n minst mogen verwachten dat hierbij door onze onderwijsinstellingen de nodige correctheid bij het weergeven van historische gegevens wordt aangewend en vooral ook dat álgemeen geaccepteerde’ historische gegevens van tijd tot tijd toch nog eens op hun correctheid worden geëvalueerd en de kennis terzake vloortdurend wordt geupdated!

 J.H.J.Andriessen.

Voorzitter Stichting Studiecentrum

Eerste Wereldoorlog


randomssew