Zoeken |
Het Verhaal van de Torpedoboot V69Door: Tom van Hooff De torpedoboten klasse V67 tot en met V84 werden tussen 1914 en 1916 gebouwd op de werven van Maschinenbau AG Vulcan te Stettin en Hamburg. De V69 was een product van de werf in Stettin.1) Op 18 augustus 1915 kwam de V69 van de werf en ging deel uitmaken van het VI. Torpedobootsflottille onder leiding van korvettenkapitän (luitenant-ter-zee 1e klasse) Max Schulz.2) Het VI. Torpedobootsflottille maakte deel uit van de Duitse vloot die ten strijde trok tegen de Engelsen in de slag bij Skaggerrak (Jutland) die van 31 mei tot 1 juni 1916 duurde.3) De Gevechten in de Nacht van Maandag 22 op Dinsdag 23 Januari 1917Bij temperaturen ver onder nul vertrok het VI. Torpedobootsflottille op maandagmiddag 22 januari 1917 uit Wilhelmshafen met als doel zich bij het Marinekorps Flandern in Zeebrugge te voegen.4) Vlaggenschip bij deze operatie was de V69 waarbij Korvettenkapitän Schulz zich aan boord bevond. Het schip zelf stond onder leiding van Kapitänleutnant (luitenant-ter-zee 2e klasse) Herman Böhm.5) Tegen de avond wachtte een groot aantal Britse schepen, verdeeld over twee groepen, de Duitse schepen op tussen de Schouwen Bank voor de kust bij Zeeland en de Maas bij Rotterdam.7) Het flottielje voer echter tussen de twee groepen door waardoor de Engelsen het flottielje te laat ontdekten.8) Echter niet te laat om het onder vuur te nemen. De V69 werd twee keer geraakt. De commandobrug werd door het eerste projectiel getroffen en explodeerde.9) De explosie rukte de benen van Korvettenkapitän Schulz af. Luitenant ter zee W. Faust en de reserve luitenant ter zee C. Hannover vonden op slag de dood.10) De V69 raakte door de explosie eveneens stuurloos aangezien het roer blokkeerde waardoor het schip in de rondte voer.11) De tweede treffer schakelde het kanon op het voordek uit.12) Door het stuurloos raken van de V69 kwam het schip tot tweemaal toe in aanvaring met de torpedoboot G41.13) Kapitänleutnant Herman Böhm kreeg ondanks de chaos in de commandobrug, ontstaan door de eerste ontploffing, de V69 weer onder controle en gaf, aangezien het schip bijna leek te zinken, opdracht in de richting van de neutrale Nederlandse haven van IJmuiden te varen.14)
Tijdens dezelfde gevechten die nacht torpedeerde de Duitse torpedoboot S50 een Engelse jager.15) Bij de gevechten vonden aan boord van de Engelse jager drie officieren en 44 man de dood. Het schip liep zoveel schade op dat de Britten het later zelf tot zinken brachten.16) Aankomst te IJmuiden
De zwaarbeschadigde V69 voer op de ochtend van dinsdag 23 januari 1917 op de Noordzee toen zij, tegen 09:00 uur, de stoomtrawler Eems in zicht kreeg. Er werd direct besloten de Eems te paaien om te vragen of het schip een aantal zwaargewonden kon meenemen naar de neutrale Nederlandse haven van IJmuiden.17) De schipper van de Eems: „Vanzelfsprekend hebben we ons direct bereidwillig opgesteld. Of het nou Duitsers zijn of niet, het gaat om mensen, zwaar gewonde mensen, die zelf ook niet om zo’n situatie hebben gevraagd”.18) Uiteindelijk werd de V69 door de sleepboot Billiton de haven van IJmuiden binnengesleept.19) Toen het laag in het water liggende schip aangemeerd was bleek pas hoe zwaar de V69 en haar bemanning die nacht hadden geleden. „Een van de schoorstenen lag, rifs, geveld, als een afgeknakt stokje; de scheepsromp was gedeukt als een stuk blikken kinderspeelgoed; een brok van de commandobrug was als afgescheurd; de motorreddingsboot in stukken geschoten, het achterschip zoo goed als vernield, en over alles lag als neergeregend een chaos van stukken ijzer en staal die soms als met tanden waren uiteengereten. Op het voordek een Duitsche vlag”.20) Aan boord bevonden zich gewonden en een aantal lijken. Enkele van hen waren aan het dek vastgevroren. „De transparante ijskegels hadden bloederige kernen en in de witte ijskorst op het scheepsdek lagen verminkte lichamen in roodgekleurd ijs, bevroren tussen hun afgerukte ledematen. Aan de geschutstoren hingen bloedrode ijsnaalden en zwaargewonden met asgrauwe onbeweeglijke gezichten zaten vastgevroren aan de gangboorden en scheepsluiken. Ertussen stonden overlevenden wezenloos voor zich uit te staren”.21)
De binnenkomst van de V69 bleef in IJmuiden niet onopgemerkt. Vele belangstellenden kwamen een kijkje nemen bij het zwaarbeschadigde schip. Het was echter niet mogelijk in de buurt te komen aangezien militairen en politie het gebied rond het schip goed hadden afgezet.22) De lijken werden verzameld aan de voorkant van het schip waar zij afgedekt werden met de vlag van hun vaderland. Dit verzamelen ging echter niet makkelijk aangezien een deel van hen was vastgevroren aan het dek en zodoende losgehakt moesten worden. Voor Korvettenkapitän Schulz, die door het verliezen van zijn beide benen veel bloed had verloren, kwam alle hulp te laat; hij overleed kort na aankomst in IJmuiden.23) De gewonden werden meteen van boord gehaald en naar het noodhospitaal in de Kanaalstraat gebracht. „Aanvankelijk was het er zeer primitief; verwarming was er bijvoorbeeld niet, zodat men een open vuur moest laten branden dat veel rook verspreidde”. Het verplegingswerk in het noodhospitaal stond onder leiding van dokter van der Horst die veel hulp kreeg bij zijn werkzaamheden. Ook de Duitse en Engelse vice-consul in IJmuiden, de heer S.A. Bakker en de heer S.C.L. Reijgersberg waren direct aanwezig om hulp te bieden.24)
Een tiental gewonden, die eveneens werden behandeld in het noodhospitaal, werden op woensdag 24 januari 1917 per trein naar een militair hospitaal in Amsterdam overgebracht. Hiertoe kwamen op dinsdagavond twee militaire wagons in IJmuiden aan. De gewonden werden op woensdag via een afgezette route door Nederlandse militairen naar de wagons vervoerd.28) De wagons werden achter de passagierstrein van 13:00 uur vastgehaakt. De trein vervoerde de gewonden naar het station Weesper Poort, waar zij om 14:30 aankwamen. Van daaruit werden zij in vier ambulances overgeladen en naar het militair hospitaal aan de Sarphatistraat vervoerd.29) Paul Hartmann overleefde de nacht. Echter zijn verwondingen waren zo ernstig dat hij niet vervoerd werd naar het militair hospitaal in Amsterdam.30) In een gebouw aan het Wilhelmsplein werd voor de overledenen een chapelle ardente ingericht.31) De kisten van de omgekomen bemanning stonden in de ruimte in een halve cirkel opgesteld. De kisten waren allen bedekt onder een Duitse vlag en bloemen. Aangezien de landelijke pers aandacht besteedde aan de V69 kwamen van heinde en ver mensen kijken naar het schip. Op deze vorm van toerisme wist een fotograaf in IJmuiden handig in te spelen. Hij verkocht foto’s op briefkaartformaat waaronder foto’s van de lijken die van het dek van de V69 werden losgehakt.32) De Begrafenis der Overledenen
Op zaterdag 27 januari 1917 werden, onder grote publieke belangstelling en met een temperatuur nog steeds onder het vriespunt, de kisten van twee overleden officieren van de V69 in statige lijkkoetsen naar het station van IJmuiden gebracht voor vervoer naar Duitsland. De twee officieren waren de Korvettenkapitän M. Schulz en de luitenant ter zee W. Faust.33) Op het station stond een geheel met rouw beklede wagon klaar voor het vervoer van de twee officieren. Korvettenkapitän M. Schulz werd overgebracht naar Wilhelmshafen en luitenant ter zee W. Faust naar Dresden.
De in de haven liggende oorlogs- en regeringsvaartuigen hezen de vlag van 12:00 uur tot 16:00 uur halfstok.35) Toen de stoet bij de Westerbegraafplaats aankwam, die alleen voor genodigden toegankelijk was, werden de kisten van de overleden bemanningsleden, ieder bedekt met een Duitse vlag, naar hun laatste rustplaats gedragen. Vele Nederlandse en buitenlandse genodigden waren bij de plechtigheid aanwezig waaronder het gemeentebestuur van de gemeente Velsen.37)
Op zaterdag 27 januari 1917 werden begraven: Na de plechtigheden op de Westerbegraafplaats bracht de Duitse gezant een bezoek aan de V69 waar hij ondermeer de commandobrug bezocht waar de drie officieren omgekomen waren.40) Op zondag 28 januari 1917 stierf de matroos Paul Hartman op 22 jarige leeftijd alsnog aan zijn verwondingen.41) Boven op de graven op de Westerbegraafplaats is een monument opgericht. Het monument bestaat uit een zerk met een groot Ijzeren Kruis erop. Op het Ijzeren Kruis is een kroon afgebeeld met daaronder de hoofdletter W van Wilhelm II (Keizer van het Duitse rijk tijdens de Eerste Wereldoorlog) en het jaartal 1916. Op de zerk staat de tekst: „DEM ANDENKEN DER IN NIEDERLANDISCHER ERDE RUHENDEN DEUTSCHEN KRIEGER”. Onder de tekst is een groot anker afgebeeld. Op donderdag 1 februari 1917 werd reserve luitenant ter zee C. Hannover alsnog opgegraven voor vervoer naar Güstrow in Duitsland.45)
De Traueranzeige van Carl Hannover (Bron: R. Schoutissen) Het Vertrek van de V69„Volgens artikel 1 van de Neutraliteitsproclamatie mogen oorlogsschepen en oorlogvarenden binnen het Nederlandse rechtsgebied komen wanneer averij hen daartoe noodzaakt. Zij moeten weder vertrekken zodraa de reden van het binnenloopen heeft opgehouden te bestaan”.46) Als een schip langer bleef dan strikt noodzakelijk was, werd het geïnterneerd. De Nederlandse overheid stelde vast welke reparaties er nodig waren en binnen hoeveel tijd deze werkzaamheden afgerond konden worden zodat het schip de haven van IJmuiden kon verlaten. Om de nodige reparaties uit te voeren kwam een ploeg van 28 werklieden van een scheepswerf uit Amsterdam. Indien nodig moest dag en nacht worden gewerkt om de V69 op tijd klaar te krijgen voor vertrek.47) Kapitänleutnant Böhm stond voor een aantal problemen. Hij vermoedde dat de Engelsen hem opwachtten aangezien hij vermoedde dat zij op de hoogte waren van het verblijf van zijn schip in IJmuiden. Daar kwam bij dat de Nederlandse marine de kanons van de V69 onklaar had gemaakt.48) Hij was ervan op de hoogte dat een aantal reparaties alleen in Rotterdam kon plaatsvinden. Aangezien de reparaties in IJmuiden op hun eind liepen en langer dan strikt noodzakelijk blijven tot internering zou leiden nam hij contact op met de Nederlandse marine en gaf aan dat bepaalde reparaties alleen in Rotterdam plaats konden vinden. De Nederlandse marine ging hiermee akkoord en zegde toe de V69 te zullen escorteren.49)
In de nacht van zaterdag 10 februari op zondag 11 februari 1917 arriveerde de uit Duitsland afkomstige Duitse sleepboot „Südamerika VIII”. Het schip was speciaal uit Duitsland overgekomen om de V69 naar de haven van Rotterdam te slepen.50) Op zondagmiddag 11 februari 1917 waren vele belangstellenden naar de haven gekomen om het vertrek van de V69 gade te slaan. De kou die de V69 teisterde bij aankomst in IJmuiden op dinsdag 23 januari 1917, teisterde het schip nog steeds bij vertrek. Daar kwam nog eens bij dat het die dag ontzettend mistig was. „Eerst eenigen tijd later - men zag intussen de opvarenden van de V69 als donkere schimmen over dek bewegen - werden de seinvuren op de sleepboot ontstoken, de machines zetten aan en om kwart over zes kwam er beweging in den Duitschen torpedojager…Alle lijnen los! dat aan de wal werd herhaald door een sergeant-bootsman der Nederlandse Marine die voor de bediening der trossen eenige Nederlandse matrozen onder zijn bevelen had. De trossen werden van de meerpalen geworpen en kletterden in het water; ze werden aan boord ingehaald terwijl de sleepboot het schip achteruit trok om het in de breedte van het nieuwe toeleidingskanaal rond te brengen”.52) Nadat de V69 de haven van IJmuiden had verlaten, ging de reis via Zandvoort verder in de richting van Rotterdam. Alle schepen kwamen in Rotterdam aan behalve de V69. Kapitänleutnant Herman Böhm had even ten zuiden van Zandvoort zijn machinekamer opdracht gegeven om rechtsomkeert te maken richting Duitsland. De dikke mist had hem waarschijnlijk op het idee gebracht om te ontsnappen. Niet te ontsnappen aan de Nederlandse schepen maar aan de Engelse schepen. Aangezien er nog geen radar bestond, was het voor de Engelsen vrijwel onmogelijk de V69 waar te nemen. Het gelukte de V69 dan ook om ongemerkt en op eigen kracht de haven van Wilhelmshafen te bereiken.53) Opvarenden van de Südamerika VIII die de V69 naar Rotterdam sleepte, meldden later dat de sleeptros het onderweg ineens had begeven. Men heeft de tros toen ingehaald en is doorgevaren naar Rotterdam.54) Hoogstwaarschijnlijk is men aan boord van de Südamerika VIII op de hoogte geweest van de plannen van Kapitänleutnant Herman Böhm aangezien men niet terug is gegaan om na te gaan wat er aan de hand was. Als men zich echt zorgen had gemaakt over het lot van de V69, dan was men wel teruggekeerd om schipbreukelingen op te pikken. Op 14 februari 1917 is de Südamerika VIII vanuit Rotterdam terug naar Duitsland gevaren.55) De gewonde opvarenden van de V69 die in IJmuiden achterbleven werden na hun herstel geïnterneerd.56) Twee bemanningsleden zijn echter nooit naar het interneringskamp gegaan maar ondergedoken in IJmuiden. Één van hen trouwde in 1920 met een IJmuidense.57) De Duitse DankbaarheidOp 3 maart 1917 schreef de Minister van Buitenlandse Zaken aan de burgemeester van de gemeente Velsen: De Activiteiten van de V69 tot het Einde van de OorlogNa te zijn gerepareerd was de rol van de V69 nog niet uitgespeeld. Ze werd nog ingezet bij Operatie Albion, die van 12 oktober tot 25 oktober 1917 duurde. Doel van die operatie was enkele Baltische eilanden te veroveren. De V69 fungeerde bij deze operatie als vlaggenschip van het VI. Torpedobootsflottille. Op 23 november 1917 vertrok de V69 samen met andere boten van het VI. Torpedobootsflottille vanuit Duitsland naar Vlaanderen om zich weer bij het Marinekorps Flandern te voegen. Op 6 juni 1918 lag het VI. Torpedobootsflottille in Brugge toen de haven een luchtaanval te verduren kreeg. Een vliegtuigbom trof de V69.59) Het Marinekorps Flandern werd in oktober 1918 uit Vlaanderen geëvacueerd. De V69 en een aantal andere schepen werden niet geëvacueerd. De bemanning van de V69 liet het schip op 2 november 1918 zinken in het kanaal van Gent.60) Ten SlotteHet monument voor de gevallenen van de V69, dat vandaag de dag nog steeds op de Westerbegraafplaats in IJmuiden staat, is op 1 november 2002, na een grondige opknapbeurt, door de gemeente Velsen overgedragen aan de Duitse Marinebond. Met dank aan:
Noten1. Gröner, Die deutschen kriegsschiffe 1815-1945, 36. |