De bestuursleden van het Studiecentrum Eerste Wereldoorlog geven periodiek en per toerbeurt hun mening over een Eerste Wereldoorlog-gerelateerde gebeurtenis of nieuwsfeit. Vandaag is het de beurt aan penningmeester Jos van Raan.
Loopgraven, nullen en enen
De geschiedenis leert ons dat elke generatie denkt dat ze aan de vooravond van iets totaal nieuws staat. Aan het begin van de twintigste eeuw was dat de moderne techniek. Treinen, auto’s, telegrafie en vliegtuigen. De wereld leek sneller, slimmer en beter georganiseerd dan ooit. In de jaren vlak vóór de Eerste Wereldoorlog waren veel Europeanen ervan overtuigd dat een grote oorlog eigenlijk onmogelijk was geworden. En als die zou komen, dan zou die van korte duur zijn. De mens had met de techniek zijn wereld onder controle. We weten hoe dat afliep.
Optimisme
Wat me opvalt, is dat we over kunstmatige intelligentie praten met hetzelfde optimisme. AI gaat alles efficiënter maken. Problemen oplossen, ziektes voorspellen, misschien zelfs menselijke fouten verminderen. De toekomst lijkt, opnieuw, rationeel onder controle te brengen. Hoe slimmer onze technologie wordt, hoe groter onze illusie van controle.
Vóór 1914
Neem de jaren vóór 1914. Europese leiders geloofden dat mobilisatieschema’s en militaire plannen een oorlog beheersbaar zouden maken. De Duitse generaals vertrouwden bijvoorbeeld sterk op het Von Schlieffenplan. Als de treinroosters klopten, zou de oorlog snel beslist zijn. Het probleem was alleen dat de werkelijkheid zich weinig aantrok van schema’s.Toen de crisis na de moord op aartshertog Franz Ferdinand uit de hand liep, begonnen de plannen automatisch te draaien. Legers mobiliseerden, treinen vertrokken, bondgenootschappen werden geactiveerd. Het systeem werkte perfect (dacht men) en sleepte de wereld precies de ramp in die men dacht te voorkomen.
Complexe systemen
AI heeft natuurlijk geen loopgraven en prikkeldraad. Maar de logica is soms vergelijkbaar: we bouwen systemen die zo complex worden dat niemand ze nog volledig begrijpt. Algoritmen die beslissingen ondersteunen, voorspellen of zelfs automatiseren. En wij kijken ernaar met een mengeling van bewondering en opluchting, … “de computer zal het wel weten.”
Dat is precies de zin die historici vermoedelijk ook hadden kunnen horen in een stafkamer in 1914, alleen ging het toen over spoorwegen en mobilisatieschema’s. Technologie maakt ons niet per definitie wijzer. Ze maakt ons vooral efficiënter in wat we toch al deden: plannen maken, risico’s nemen en soms collectief de verkeerde afslag nemen.
Leren van de geschiedenis
Laten we dus niet te veel wegdromen bij AI die historische foto’s inkleurt. De échte vraag is of wij, met al onze computers, slimmer zijn dan de generaals van toen. Of dat we, net als zij, gebiologeerd naar de flikkerende schermen staren, terwijl de werkelijkheid in een modderige krater verdwijnt. Misschien is dat wel de belangrijkste les van de Eerste Wereldoorlog: niet dat techniek gevaarlijk is, maar dat de menselijke zelfverzekerdheid dat vaak wél is.
En als AI ooit echt slimmer wordt dan wij, hoop ik eerlijk gezegd dat zij iets heeft geleerd van de geschiedenis. Dat zou namelijk een primeur zijn.
Jos van Raan
Penningmeester Studiecentrum Eerste Wereldoorlog





