Ik lees nagenoeg uitsluitend non-fictie. De werkelijkheid is al zo fantastisch dat ik geen behoefte heb aan fantasie. Een vriend dwong er echter op aan om toch het boek ‘Afgrond’ van auteur Robbert Harris te lezen. Harris schijnt een grootheid te zijn op het gebied van historische romans, ‘not my cup of tea’ dus. Ik heb toch het boek ter hand genomen en ik moet eerlijk bekennen: ik heb het in een ruk uitgelezen. Het is dan ook geen fictie maar een mix van non-fictie en fictie.
door Eugène Rosier
Het verhaal speelt zich af in de periode 1914, het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en 1915 (de slag bij de Dardanellen). De grondslag voor het verhaal is de correspondentie die de toenmalige premier van Groot-Brittannië, H.H. (Henry) Asquith (toen 62 jaar) en braaf getrouwd, voerde met zijn geliefde, de 26-jarige(!) Venetia Stanley. Asquith stuurde haar dagelijks meerdere (liefdes-)brieven en/of telegrammen. Die correspondentie is bewaard gebleven. De reactie van zijn geliefde op al die brieven helaas niet. Die correspondentie heeft Harris zelf bedacht.
In zijn correspondentie naar zijn geliefde put Asquith uit de actuele gebeurtenissen, zoals die bijvoorbeeld in het diplomatieke verkeer of tijdens de ministerraad tot hem komen. Hij geeft er commentaar op maar vraagt zijn geliefde ook om advies. Met name over het op uitbreken staan van WO1. In feite worden zeer vertrouwelijke staatszaken gemengd met onverholen liefdesverklaringen. Daarmee worden geheime staatszaken in beginsel geopenbaard. Het is aan de vertrouwelijkheid van zijn geliefde te danken dat die informatie toen niet in de openbaarheid is gekomen.
Voor mij was deze affaire onbekend. Indien je echter gaat googelen blijkt deze affaire alle langere tijd breed bekend te zijn. De brieven van Asquith zijn ook integraal uitgegeven.
Het boek fascineert omdat je de zielenroerselen van een groot staatsman en een hoofdrolspeler bij het uitbreken van de oorlog kunt lezen. Daar zit dan ook iets gênantst in. Het is zó privé wat hij allemaal schrijft. Dus zeker niet bedoeld voor andere ogen dan voor zijn geliefde. Toch kunnen wij dit allemaal lezen en dat tegen de achtergrond van het uitbreken van WO1 en zijn grote rol daarin. Je vraagt je in goede gemoede af of hij nog wel in staat was, gezien zijn meer dan emotionele verhouding met zijn geliefde, om deugdelijke rationele afwegingen te maken die over oorlog en vrede gaan. Ik laat een oordeel graag aan de lezer over.
Tot slot: een grote rol in het boek is weggelegd voor een eenvoudige politieagent die door de Britse geheime dienst wordt gerekruteerd, ene Paul Deemer. Ook hij is aan de fantasie van de schrijver ontsproten. Deemer zorgt er wel voor dat het verhaal snelheid krijgt en makkelijk is te consumeren door een groot publiek.
Al met al: een leuk boek als zomerlectuur op een hopelijk niet al te warm strand.






