Hoewel ik me al een half mensenleven bezig houd met de Eerste Wereldoorlog, overkomt het me geregeld dat ik geconfronteerd word met een onverwacht aspect van die oorlog. Dat overkwam me vorige maand, toen ik een klein en onaanzienlijk boekje vond (en uiteraard aanschafte) in een Arnhemse boekhandel. Het is geschreven door de Duitse academicus en schrijver Kurt Aram (pseudoniem van Hans Fischer) en draagt als titel “Nach Sibirien mit hunderttausend Deutschen. Vier Monate russische Kriegsgefangenschaft” (Berlin/Wien 1915).
door Peter van Diesen
Aram was een Duitse Oriëntalist die in de julidagen van 1914 met zijn echtgenote onderweg was naar Oost-Turkije. Hij had de pech dat hij zich, juist toen de oorlog uitbrak, in het Russische rijk (Tbilisi, Georgië) bevond, en dus als onderdaan van een vijandige staat door de Russische autoriteiten geïnterneerd werd. Vanaf het begin is duidelijk dat de overheden niet goed weten wat ze met het echtpaar aan moeten, en daarom worden ze gedurende enkele weken (en op eigen kosten) vastgehouden in een hotel in Tbilisi. Daarbij ontsnappen ze echter aan het lot van andere Duitsers in de stad, voornamelijk handelaren en etnische Duitsers die al generaties in Rusland wonen. Velen van hen worden in de vlaag van extreem nationalisme die alle oorlogvoerende landen in die maanden overspoelde, gemolesteerd en hun bezittingen vernield.
Siberië
Na een paar weken is kennelijk besloten dat de Duitsers in Rusland moeten worden geïnterneerd in Siberië. Aram beschrijft hoe ze in veewagens, die achteraan gewone treinen worden gehangen (en andermaal op eigen kosten!) worden overgebracht naar Vjatka (tegenwoordig Kirov), een stad aan de Oeral (en dus allerminst in Siberië!). In de omgeving van Vjatka moeten ze zelf woonruimte en voedsel vinden. Bewaakt worden ze nauwelijks, maar de vijandige opstelling van de Russische bevolking en de winterse omstandigheden beletten dat de Duitsers zich uit de voeten maken. De beschrijving van de ontberingen, de kou, de duisternis en de angst die Aram en zijn echtgenote hebben doorstaan, behoort tot de meest aangrijpende passages van het boek. Daarbij laat Aram geen gelegenheid onbenut om zijn onwrikbare Duits nationalisme te benadrukken.
Na enkele maanden blijkt dat de gouverneurs van de verschillende Russische districten de macht hebben om vreemdelingen die geen bedreiging vormen voor de veiligheid van Rusland, uit te wijzen. Aram, die op dat moment 45 jaar is en geen militaire achtergrond heeft, maakt van die gelegenheid gebruik en na de nodige steekpenningen verwerft hij een pas om via Sint-Petersburg en Stockholm Rusland te verlaten. Zijn verhaal eindigt als hij met een Zweeds stoomschip Duitsland weer bereikt.
Geluk
Ik vond het boekje om meerdere redenen interessant. Het vormde bijvoorbeeld een illustratie van het lot van mensen die zich, om welke reden dan ook, op het moment dat de oorlog uitbrak bevonden in een vijandig land. Ik wist dat mensen met Duits klinkende namen in Engeland door menigten lastig zijn gevallen, maar realiseerde me onvoldoende dat in alle oorlogvoerende landen op dat mom
ent personen waren die als vertegenwoordiger van de vijand (en potentiële spionnen) konden worden beschouwd. Ik vermoed dat iemand als Aram, die weliswaar ontberingen heeft doorleefd maar reeds na enkele maanden kon ontkomen, uiteindelijk nog van geluk kon spreken in vergelijking met vele van zijn lotgenoten.
Dat aangrijpende effect gaat echter in belangrijke mate verloren door de aard en opzet van het boek. Zo verliest Aram zich herhaaldelijk in karikaturen. De Russen worden vrijwel zonder uitzondering neergezet als corrupt, lui en/of drankzuchtig. Het echtpaar Aram blijkt over grote bedragen contant geld te beschikken, zonder dat duidelijk wordt waar zij die fondsen verwerven en hoe ze die onder de vele ondervragingen en gedwongen betalingen voor reis en onderkomen hebben weten te behouden.
Propaganda
Gaandeweg het verhaal rijst meer twijfel over aanwijsbare onjuistheden in het verhaal. Zo is Aram, in tegenstelling tot wat de titel suggereert, niet overgebracht naar Siberië, maar naar een dorp aan de westzijde van de Oeral. Ook is geen sprake van de in de titel gesuggereerde honderdduizend Duitsers. In de beschrijving blijkt dat Aram hoogstens door enkele tientallen lotgenoten is vergezeld, die bovendien niet allen Duits onderdaan waren (bijvoorbeeld “Volksduitsers” die al generaties in Rusland woonden). Tenslotte is ook geen sprake van krijgsgevangenschap, omdat geen van de Duitsers enige militaire status had.
De reden dat dit boekje desondanks is uitgegeven, ligt vermoedelijk besloten in het jaartal van uitgave: 1915. De uitgevers waren kennelijk van mening dat de Duitse publieke opinie behoefte had aan het verhaal van een Duitser die met eigen ogen had gezien hoe slecht de leefomstandigheden in Rusland waren, en hoe een landgenoot kosten noch moeite heeft gespaard om daaraan te ontsnappen. Als zodanig vormt het boek een ook nu nog vermakelijke illustratie van nauwelijks verkapte Duitse oorlogspropaganda.






