Peter Winzen is een Duitse historicus die gespecialiseerd is in de politieke geschiedenis van het late Duitse keizerrijk. Zo schreef hij eerder over von Bülow, Duits politicus en rijkskanselier. Onlangs publiceerde Winzen een boek met een veelbelovende titel. Deze titel fascineerde mij onmiddellijk: een boek dat belooft de Europese bevolkingsexplosie als de drijvende kracht te identificeren achter het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog, dat is een nieuw perspectief! Helaas stelde het boek mij teleur wat betreft dit nieuwe perspectief. Daarover straks iets meer; hieronder volgt eerst een samenvatting.
door Willem van Boom
Het boek kent een inleiding, vervolgens vijf grote hoofstukken en een slotbeschouwing. In de inleiding komt de centrale vraag naar voren: of demografische ontwikkelingen (bevolkingsgroei, migratie, leeftijdsopbouw) in Europa de bereidheid tot oorlogvoering en de oorlogsbeslissingen in 1914 hebben beïnvloed, en zo ja hoe.
In hoofdstuk 1 geeft Winzen uitgebreid de getallen weer: tussen 1800 en 1900 explodeert in veel Europese landen de bevolkingsomvang door verbeterde voeding, hygiëne en huisvesting. Duitsland, Rusland en Groot-Brittannië spanden de kroon, maar ook de Balkan kende een aanzienlijke bevolkingsgroei. Tegelijk was de 19e eeuw ook de eeuw van urbanisatie, kolonisatie en grote emigratiestromen naar met name de Verenigde Staten. Frankrijk toonde een relatief geringe bevolkingsgroei.
Duitse publicisten rond de eeuwwisseling
Hoofdstuk 2 schakelt naar Duitse publicisten rond de eeuwwisseling: hoe duidden zij deze ontwikkeling? Wat terugkeert zijn ideeën als: nu de bevolking zo groeit moeten we andere volken koloniseren, de landsgrenzen knellen, we moeten onze stempel drukken op barbarenvolkeren, oorlog is de grootste verbreider van macht en leven, en Groot-Brittannië staat aan al onze ambities op dit vlak in de weg. Met de kennis van nu kunnen we de bombastische schrijfsels van mensen als von Treitschke, Rohrbach, von Bernhardi rustig een bonte verzameling van sociaal-darwinistische, racistische en militaristische kulredeneringen noemen. Niks subtiele hondenfluitjes of langzaamaan normaliseren van gevaarlijk gedachtengoed waar we ons vandaag de dag zorgen over maken – deze publicisten waren openlijk aan het framen, verdraaien en ophitsen. Zij schuwden grote woorden over de lotsbestemming van het Duitse volk niet, en hun onverholen hetze tegen met name de Britten en hun overschatting van de Duitse positie werkte kennelijk aanstekelijk op de publieke opinie en politici als von Bülow en von Tirpitz. Dit hoofdstuk laat je zien: de opgeblazen nazi-propaganda kwam niet uit het niets.
Politieke ontwikkelingen in Duitsland 1900 – 1917
Hoofdstuk 3 schakelt naar de politieke ontwikkelingen in Duitsland tijdens het kanselierschap van Von Bülow (1900-1909) en Von Bethmann Hollweg (1909-1917). Winzen behandelt in dit hoofdstuk verschillende internationale incidenten vanaf 1904. Daarmee laat hij zien dat het internationale toneel werd bepaald door groeiend wantrouwen tussen de hoofdrolspelers, de Entente van 1904, de maritieme wapenwedloop, verschillende brandhaarden op de Balkan en de Oostenrijks-Hongaarse angst voor de Slavische expansie, en de treiteracties van elk van de hoofdrolspelers. In dit hoofdstuk komt ook de bevolkingsgroei weer aan de orde, nu als oorzaak – of beter: brandversneller – voor de angst over Slavische expansie binnen en rondom de Oostenrijkse dubbelmonarchie.
1914
Hoofdstuk 4 beschrijft de politieke gebeurtenissen in 1914 en probeert het thema bevolkingsgroei daarin terug te laten komen: de Oostenrijkse reactie op de moordaanslag op Frans-Ferdinand, de Duitse steunverklaring, mobilisatie door de Russen om de Serven te hulp te schieten, de angst van de Duitsers dat de jonge Russische bevolking militair gezien snel de overhand zou kunnen krijgen (‘verdedigingsoorlog’) en de Franse angst het onderspit te delven vanwege de kleinere bevolkingsomvang dan de Duitse. Hier kan nog de Franse behoefte aan revanche voor 1871 worden gekoppeld aan bevolkingsomvang: de annexatie van Elzas-Lotharingen in 1871 betekende een verlies van 1,5 miljoen inwoners aan Duitsland, en vervolgens nam de Duitse bevolking tussen 1871 en 1914 met ruim 60% toe terwijl Frankrijk niet verder kwam dan ongeveer 15%.
Collectief fatalisme en angst voor de toekomst
In de slotbeschouwing pakt Winzen de belangrijkste stelling van het boek weer op. Hij concludeert dat het uitbreken van de oorlog te wijten was aan collectief fatalisme en angst voor de toekomst. Deze collectieve sentimenten oefenden grote druk uit op de verschillende regeringen en leidden tot de overtuiging dat alleen een overwinningsoorlog een duurzame oplossing zou brengen. Die angst voor de toekomst werd gevoed, aldus Winzen, door demografische factoren zoals de Franse angst om uiteindelijk door de kleinere bevolkingsomvang en -groei het af te leggen tegen de Duitsers en de Duitse angst voor hetzelfde probleem in hun verhouding tot Rusland. Een collectieve vlucht naar voren was het gevolg, aldus Winzen.
Conclusie
Ten slotte dan mijn teleurstelling over het boek. Het is geschreven in pittig Duits, dus het kost inspanning om dit boek te lezen. Ik vind de beloning voor die inspanning tegenvallen. Alleen tussen de regels door laat Winzen doorschemeren dat hij ook wel weet dat het te simplistisch is om het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog op één oorzaak terug te willen voeren. Zo wordt het demografische argument hier en daar vooral gebruikt als steunargument of achtergrond waartegen politieke afwegingen plaatsvinden. Erg veel voegt dat voor mijn gevoel niet toe; dat demografische veranderingen als maatschappelijke verandering tot een conflictdynamiek kan leiden is op zichzelf weinig verrassend. En met evenveel kracht kan men andere factoren zoals de industriële vooruitgang, geheime allianties, het gebrek aan een volwassen en robuuste democratie of economische argumenten betrekken bij de analyse. Bovendien is het perspectief van Winzen vooral Duits: Duitse bronnen, discussies en argumentaties staan centraal. Hoe de Britten of Fransen destijds dachten (of nu denken) over de relevantie van demografie, komt niet uit de verf.






