Hoewel er al langer honden bestonden die blinden vergezelden, stammen de eerste professioneel getrainde geleidehonden uit de Eerste Wereldoorlog. Miljoenen mannen kwamen terug van het front als oorlogsinvaliden en moesten daarna hun weg in de maatschappij weer zien te vinden. Onder hen waren veel soldaten die hun gezichtsvermogen door mosterdgas, schotwonden en granaatscherven verloren hadden. Er werden revalidatieprogramma’s opgezet waarvan verwacht of althans gehoopt werd dat de opgelopen beschadigingen weer konden worden ‘gerepareerd’. Het uiteindelijke doel van deze revalidatie was rehabilitatie, oftewel het herkrijgen van de oude plek in de samenleving.
door Kees Tinga
Met behulp van de nieuwste technieken werden voor militairen die handen, armen, benen of delen van het gezicht waren kwijtgeraakt, allerlei protheses ontwikkeld. Voor het verlies van het gezichtsvermogen bestond geen prothese, al werd deze term in Duitsland ook gebruikt voor blindengeleidehonden. Het idee om honden een gerichte training te geven tot geleidedier was het proberen waard. De middelen hiervoor waren in legerkringen aanwezig. Overal werden honden voor oorlogsdoeleinden getraind en er waren genoeg hondentrainers die de uitdaging aan wilden gaan.
Geleidehondenschool
Groothertog Friedrich August van Oldenburg kreeg het voor elkaar om een geleidehondenschool te openen. Samen met het Duitse Kriegsministerium gaf hij als beschermheer van de Deutsche Verein für Sanitätshunde aan Heinrich Stalling, de voorzitter van deze vereniging, de opdracht om Sanitätshunde* tot blindengeleidehonden om te scholen. Zo werd het trainingscentrum voor oorlogshonden in Oldenburg in september 1916 de eerste blindengeleidehondenschool ter wereld. Opmerkelijk was dat Stalling het initiatief ook financieel ondersteunde. Zijn bijdrage was ook nodig om de twijfels over het plan bij de autoriteiten weg te nemen.
Het Kriegsministerium wilde alle blinde militairen van een blindengeleidehond voorzien. Hiermee werden drie doelen beoogd. Ten eerste was een hond een goede remedie tegen hun eenzaamheid als gevolg van hun blindheid. Ten tweede kon de hond de blinde naar zijn werk brengen en naar plaatsen waar hij zijn vrienden kon ontmoeten. En ten derde kon de hond voor zijn baas opkomen als dat nodig was. In de geleidehondenschool in Oldenburg werden de eerste jaren 600 honden getraind. Vanwege dit resultaat en de tevreden reacties van de gebruikers gingen andere opleidingscentra waar Sanitätshunde werden opgeleid ook meedoen: o.a. Bonn, Breslau, Dresden, Münster, Hamburg, Magdeburg en later nog Berlijn.
Blindenführhund
Van een Blindenführhund** werd op de eerste plaats discipline verwacht. De strenge gehoorzaamheidstraining was hier op afgestemd. Het idee van de speelse aanpak en het zelf leren inschatten van een gevaarlijke situatie ontstond pas veel later. Belangrijk was dat de hond hindernissen kon onderscheiden. Bij trappen, stoepranden e.d. leerde de hond stil te houden en te gaan zitten. Als de blinde met behulp van zijn wandelstok of hand had vastgesteld wat de hond daarmee wilde aangeven, gaf hij het commando om weer door te lopen. De commando’s die de hond leerde, waren korte of tot één lettergreep afgekorte woorden. De hond leerde ook om geduldig buiten op zijn baas te wachten als hij ergens niet mee naar binnen mocht, wat destijds heel gebruikelijk was. Bij de standaardtraining hoorde ook dat de hond alles op leerde rapen wat zijn baas had laten vallen. Tegenwoordig is dit geen speciaal aandachtspunt meer. Bij de verkeerslessen die de blindengeleidehonden kregen was het aanleren van voorzichtigheid het primaire doel. Er werd met voertuigen bewust op de honden ingereden om ze aan het schrikken te maken. Daarbij werd ook hard aan de lijn en de halsband getrokken of zelfs een zweep gehanteerd. De blinde leerde dat hij voor gevaarlijke of ingewikkelde situaties het beste een beroep op omstanders kon doen.
Oorlogsblinden hoefde niets voor hun hond en bijbehorend tuig te betalen. Om hen een positiever zelfbeeld te geven werd een speciaal tuig ontworpen waarin een schildje met een embleem van het Rode Kruis was verwerkt. Hiermee konden zij zich van niet-oorlogsblinden onderscheiden. Ook kregen blinde veteranen een vergoeding voor voeding en verzorging van hun hond, wat onder de economische omstandigheden van die tijd voor velen noodzakelijk was.
Buitenland
In hun getuigenissen toonden blinden zich over het algemeen tevreden over de opleiding en dankbaar voor de bewegingsvrijheid die zij dankzij hun hond verkregen hadden. Een regelmatig terugkerende klacht was wel dat blindengeleidehonden niet overal binnen mochten komen. Ook was er ergernis over bedelende blinden met een hond die zich onterecht voor oorlogsblinden uitgaven.
Tussen 1916 en 1920 werden door de Duitse vereniging voor Sanitätshunde duizenden blindengeleidehonden getraind en afgeleverd. Ook in andere landen waar relatief veel blinde veteranen woonden werden pogingen ondernomen om geleidehonden op een professionele manier te trainen. Toch zou het tot 1929 duren tot mevrouw Harrison-Eustis de aanzet gaf tot de eerste Amerikaanse geleidehondenschool ‘The Seeing Eye’. Hierna volgden in 1931 het Engelse GDBA (Guide Dogs for the Blind Association) en diverse Franse en Italiaanse opleidingscentra. De eerste geleidehondenschool in Nederland, het Nederlandsch Geleidehonden Fonds (tegenwoordig KNGF Geleidehonden) opende haar deuren in Amsterdam in september 1935.
Rudi Jungmayr
Veel Duitse Kriegsblinden lieten zich met hun geleidehond portretteren als trotse mannen in uniformen met decoraties. Deze ansichtkaart uit de jaren ’20 toont Rudi Jungmayr met zijn hond Dollie. Hij verloor tijdens de Eerste Wereldoorlog niet alleen zijn gezichtsvermogen maar ook zijn beide onderarmen. Hij had een speciaal gemaakte prothese nodig om de beugel van zijn hond vast te houden. De tragiek van veel oorlogsinvaliden was dat hun hulpbehoevendheid in het dagelijks leven in zo’n schril contrast stond met de heldenstatus die hun als militair bij het ingaan van de oorlog voorgespiegeld was. Toen in de chaos van de Weimarrepubliek de uitbetaling van de oorlogspensioenen steeds meer in het gedrang kwam, wierp de opkomende NSDAP van Hitler zich op als belangenbehartiger van de gedupeerde veteranen uit de Eerste Wereldoorlog.

Veteraan en nazi Rudi Jungmayr met zijn hond (collectie Kees Tinga).
Van Rudi Jungmayr is bekend dat hij zich al in een vroeg stadium aansloot bij de NSDAP en dat hij één van de deelnemers aan Hitlers mislukte Bierkellerputsch van 1923 was. Toen de nazi’s uiteindelijk de macht overnamen, behoorde Jungmayr tot de kringen van de nazitop. Op latere foto’s is hij te zien met Hitler, Goebbels en andere nationaalsocialistische kopstukken. Ook Heinrich Stalling, de oprichter van de eerste blindengeleidehondenschool in Oldenburg, werd een actief NSDAP-aanhanger.
Dit versje geeft de status weer die de blinde veteraan en zijn geleidehond destijds in Duitsland hadden:
Der Blindenführerhund
Auf dem Feld der Ehre blieben
Leider vielen uns’rer Lieben!
Mehr noch kamen siech zurück
Wund am Leib, mit mattem Blick!
Doch das schwerste aller Leiden
Tragen, die für alle Zeiten
Niemals mehr den Frühling sehn,
Die allein nicht können gehn;
Ihnen ist der Führerhund
Treuster Freund zo jeder Stund!
Sicher führt er und voll’ Liebe
Seinen Herrn durch’s Stadtgetriebe,
Denkt und lebet nur für ihn,
Den des Lichtes Freuden flieh’n,
Der in ew’ge Nacht getaucht,
Jetzt den Hund als Führer braucht.
Kinder, seht ihr diese zwei,
Werdet still und denkt dabei
An den hohen Mannesmut,
Der im Kriege Wunder tut,
Denket all’ der braven Helden
Die der Feinde Sturm zerscheltten,
Die in vielen Kampfesjahren
Tapfer durften uns bewahren
Vor den Reiches Untergang
Vor dem Schmach- und Grabgesang!
Ehrt den Blinden und den Hund,
Helfet ihnen jede Stund!
Overgenomen uit ‘Unsere treuen Freunde’.
Foto’s uit privéarchief van de auteur
Noten:
* Sanitätshunde: tijdens de Eerste Wereldoorlog werden honden voor verschillende taken ingezet o.a. lijnentrekkers (om de verbinding tussen de loopgraven te onderhouden), rattenvangers en honden als trekdieren van gereedschap, wapens e.d. Een speciale groep honden waren de Sanitätshund (Nederlands: reddingshonden). Deze honden werden gebruikt om gewonden op te sporen. Er was hen geleerd om, zodra zij een gewonde gevonden hadden, een persoonlijk voorwerp (een pet, een zakdoek) van betreffende persoon mee te nemen naar de hondengeleider.
** Tegenwoordig is het Duitse woord voor geleidehond Blindenhund. De oude benamingen Blindenführhund of Blindenführerhund worden nauwelijks nog gebruikt.
~
Kees Tinga publiceerde over dit onderwerp Vooraan, HONDerd jaar blindengeleidehond (samen met Ad Bakker) en Superhond. Tinga is (bijna) zijn hele leven al in de ban van het trainen van honden en heeft hierbij ondervonden wat de betekenis van honden voor mensen onder allerlei omstandigheden kan zijn. Eerst hobbymatig gedurende de jachttraining, later als veteraan tijdens zijn uitzending naar Libanon en uiteraard tijdens zijn dertigjarige carrière bij KNGF Geleidehonden. Eerst als trainer/instructeur, later als teamleider en als assessor voor de International Guide Dog Federation waarbij hij vele opleidingscentra over de hele wereld heeft bezocht en beoordeeld. Hij was nauw betrokken bij het opzetten van het hulphondenprogramma voor mensen met PTSS. Verder is hij aangesloten bij het project ‘Veteraan in de Klas’ van het Nederlands Veteraneninstituut.






